DIELO TROUDA ORGANISATORISCH PLATFORM VAN REVOLUTIONAIRE ANARCHISTEN PRINCIPLES, PROPOSITIONS & DISCUSSIONS FOR LAND & FREEDOM AN INTRODUCTORY WORD TO THE 'ANARCHIVE' "Anarchy is Order!" 'I must Create a System or be enslav'd by another Man's. I will not Reason & Compare: my business is to Create' (William Blake) During the 19th century, anarchism has develloped as a result of a social current which aims for freedom and happiness. A number of factors since World War I have made this movement, and its ideas, dissapear little by little under the dust of history. After the classical anarchism - of which the Spanish Revolution was one of the last representatives-a 'new' kind of resistance was founded in the sixties which claimed to be based (at least partly) on this anarchism. However this resistance is often limited to a few (and even then partly misunderstood) slogans such as 'Anarchy is order', 'Property is theft',... Information about anarchism is often hard to come by, monopolised and intellectual; and therefore visibly disapearing. The 'anarchive' or 'anarchist archive' Anarchy is Order ( in short A.O) is an attempt to make the 'principles, propositions and discussions' of this tradition available again for anyone it concerns. We believe that these texts are part of our own heritage. They don't belong to publishers, institutes or specialists. These texts thus have to be available for all anarchists an other people interested. That is one of the conditions to give anarchism a new impulse, to let the 'new anarchism' outgrow the slogans. This is what makes this project relevant for us: we must find our roots to be able to renew ourselves. We have to learn from the mistakes of our socialist past. History has shown that a large number of the anarchist ideas remain standing, even during the most recent social-economic developments. 'Anarchy Is Order' does not make profits, everything is spread at the price of printing- and papercosts. This of course creates some limitations for these archives. Everyone is invited to spread along the information we give . This can be done by copying our leaflets, printing texts from the CD (collecting all available texts at a given moment) that is available or copying it, e-mailing the texts to friends and new ones to us,... Become your own anarchive!!! (Be aware though of copyright restrictions. We also want to make sure that the anarchist or non-commercial printers, publishers and autors are not being harmed. Our priority on the other hand remains to spread the ideas, not the ownership of them.) The anarchive offers these texts hoping that values like freedom, solidarity and direct action get a new meaning and will be lived again; so that the struggle continues against the "...demons of flesh and blood, that sway scepters down here; and the dirty microbes that send us dark diseases and wish to squash us like horseflies; and the will-'o-the-wisp of the saddest ignorance." (L-P. Boon) The rest depends as much on you as it depends on us. Don't mourn, Organise! Comments, questions, criticism, cooperation can be sent toA.O@advalvas.be. A complete list and updates are available on this address, new texts are always WELCOME!! CONTENTS: An introductory word to the 'anarchive' 2 Organisatories platform van de revolutionaire anarchisten 6 DIELO TROUDA 6 De verloedering van het georganiseerde anarchisme in Nederland (inleiding bij de Nederlandse uitgave van 1976) 7 De Russiese anarchisten, de revolutie van 1917 en het Platform (inleiding bij de Franse uitgave) 21 Preface & Introduction to the 1977 (Italian) ORA edition of the OrganizationalPlatform of the Libertarian Communists 28 PREFACE 30 INTRODUCTION 32 1. CLASS STRUGGLE 33 2. SPECIFIC ORGANIZATIONS & MASS ORGANIZATIONS ("Organizational Dualism") 35 3. THEORETICAL UNITY OF THE SPECIFIC ORGANIZATION 37 4. COLLECTIVE RESPONSIBILITY 39 ORGANISATION REVOLUTIONNAIRE ANARCHISTE. PARIS, 1975. 43 Inleiding 43 De Klassenstrijd, zijn rol en zijn betekenis 49 De noodzaak van een gewapende sociale revolutie 51 Anarchisme en revolutionair anarchisme 52 Verwerping van de demokratie 55 Verwerping van het gezag 56 De massa en de anarchisten in de sociale strijd en in de sociale revolutie 59 De overgangsperiode 64 Anarchisme en syndikalisme 67 De eerste dag van de sociale revolutie 70 De produksie 72 De konsumpsie 74 De grond 76 De verdediging van de revolutie 79 De anarchistiese organisatie 83 Bibliografie Nestor Machno, de Machnovstsjina en het Platform 88 Reply to "A Project of Anarchist Organisation" 105 Errico Malatesta (1927) 105 About the 'Platform' 121 In reply to 'A project of anarchist organisation' 121 Nestor Makhno 121 The Old and New in Anarchism 126 (Reply to comrade Malatesta) 126 by Piotr Arshinov 126 Translators introduction 126 Berkman's letter about Arshinov 139 ORGANISATORIES PLATFORM VAN DE REVOLUTIONAIRE ANARCHISTEN DIELO TROUDA (Parijs 1926) Groningen 1976 Stichting Pamflet - Groningen eerste druk/2000 exx. Vertaling: Machteld Bakker & Boudewijn Chorus VOORWOORD BIJ DE NEDERLANDSE UITGAVE DE VERLOEDERING VAN HET GEORGANISEERDE ANARCHISME IN NEDERLAND Zonder de verdiensten van Ferdinand Domela Nieuwenhuis voor de propaganda en verspreiding van het anarchisme in Nederland te willen veronachtzamen, moet niettemin ook worden vastgesteld dat hij het tegelijk is geweest die, door zijn negatieve opvatting over politieke organisatie van het anarchisme, de anarchisten in Nederland aan het begin van deze eeuw reeds in een isolement heeft gedreven waarvan zij zich tot op de dag van vandaag niet hebben weten te ontdoen. Na de, door het stereotype sociaal-demokratiese verraad van de SDAP (1) mislukte, spoorwegstaking van 1903 zette de aftakeling van het (toen nog goeddeels anarcho-)syndikalistiese Nationaal Arbeids Secretariaat (NAS) onafwendbaar in, nu de vrije socialisten onder invloed van Domela het NAS immers als niet meer dan een arbeidersfederatie beschouwden en een ontwikkeling naar hechte landelijke organisatoriese verbanden afwezen. Waar de syndikalisten het samensmedende NAS als leerschool voor een anarchistiese maatschappij hadden bedoeld, moesten zij op den duur het treurige politiek-organisatoriese failliet van het anarchisme in Nederland onder ogen zien. Want ook al had de syndikalistiese vakorganisatie nog in 1920 ruim 50.000 leden (2), bewust anarchisties of syndikalisties was deze aanhang toen allang niet meer, zoals drie jaar later bij de uittreding van het NAS en de formering van het Nederlandse Syndikalisties Vakverbond (NSV) duidelijk bleek. De kansen om in de massabeweging van arbeiders en boeren het anarchisme tot een organisatoriese faktor van revolutionaire potentie, tot "de spreekbuis van de strijdende massa" te ontwikkelen waren gekeerd. En in dat stadium van de opkomst van de nederlandse arbeidersbeweging is dit falen, is Domela's charisma uiteindelijk fataal gebleken. Sindsdien hebben de anarchisten zich eigenlijk als politieke ballingen van hun eigen denken in sociaal-kulturele emancipatiebewegingen als de vrijdenkers- organisatie De Dageraad (nu: De Vrije Gedachte) en de Internationale Anti- Militaristiese Vereniging (IAMV) moeten terugtrekken. Niet dat het anarchisme daarmee monddood raakte; het wist integendeel de basis te leggen voor doordringende libertaire en humanistiese stromingen in het socialisme, waarvan het pacifisme nog geruime tijd het gevolg bij uitstek zou blijken te zijn. In kultuur-filosofies opzicht hebben de anarchistiese opvattingen en analyses in de vooroorlogse jaren een uitermate belangrijke bijdrage geleverd. Maar de organisatoriese band met het proletariaat bleef verbroken. Na het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog was het belang van georganiseerde steun aan de specifiek anarchistiese strijdorganisaties ook vanuit Nederland groter dan ooit. Maar tot meer dan incidentele en propagandistiese steun was de versnipperde beweging hier niet in staat. Enerzijds had de verwording van het pacifisme tot dogmatiese geweldloosheid een verlammende uitwerking op het anarchisme gehad, anderzijds hadden de anarchisten door gebrek aan heldere antwoorden op de krisis van het kapitalisme en de opkomst van het fascisme beduidend aan invloed verloren. Zowel ideologies als organisatories viel het anarchistiese kamp kort voor het uitbreken van de wereldoorlog uiteen. In de illegaliteit van '40-'45 heeft het anarchisme als politieke beweging dan ook geen rol van betekenis gespeeld. Tot in de jaren '60 zou deze ernstige tekortkoming zich doen gevoelen. Welliswaar leek de impuls van de kort na de oorlog tot de Eenheidsvakcentrale (EVC) toegetreden anarcho-syndikalisten aanvankelijk tot een herstel van het klassekarakter van het georganiseerde anarchisme te leiden, maar de syndikalisten werden al spoedig door de kommunisten overvleugeld en in 1948 volgde de definitieve breuk. Ook het daarna opgerichte Onafhankelijk Verbond van Bedrijfsorganisaties (OVB) kon niet voorzien in een syndikalisties alternatief voor de arbeiders; tot vandaag leidt de OVB een kwijnend bestaan. Niettemin bleef het anarchisme, als voortdurende verbazingwekkende bron van inspiratie voor vele ondogmaties gezinde socialisten, een intrinsieke greep op het gestadig ontwaakte verzet tegen de onterende koude oorlog behouden. De hergroepering van het pacifisme in de jaren van de angst voor een nucleaire wereldbrand bracht onder invloed van de met het anarchisme sympatiserende Bertrand Russell een vredesbeweging op de been die de politieke letargie van de in reformisme verstrikte arbeidersbeweging uiteindelijk zou doorbreken. Maar in de op den duur tot machteloosheid van de regelmaat vervallen demonstraties kon de jonge ban-de-bom-beweging haar kreativiteit niet lang botvieren. Het provocerende, ontmaskerende anarchisme werd herboren in de provobeweging. Organisatories stelde het provotariaat op zich weinig voor en bracht het geen doorbraak in de massieve impasse van het georganiseerde anarchisme. Het vormde echter ontegenzeggelijk de katalisator in de ontluikende groepering van het jongerenverzet in kleine onafhankelijke maar politiek agressieve aksiegroepen. Parijs, Berlijn, Rome 1968 zouden het besef van de noodzaak van afdoende organisatoriese verbanden nog versterken. Maar de ongenuanceerde deklasse- ringsteorie, die het "klootjesvolk" (proletariaat)in de moderne verzorgings- staat de fakto niet als potentieel revolutionair wilde erkennen leidde het provotariaat uiteindelijk in machteloze banen en maakte het anarchisme veeleer tot een vrijblijvend toevluchtsoord voor de talloze ontwortelde en politiek dakloze jongeren, voor wie elke schijnbare legitimatie van hun onverminderde geprivilegieerdheid welkom was. Politieke direkte aksie werd ludiek en daarmee, in de stuiptrekkende kabouterbeweging, krachteloos. Niet omdat het ludieke element op zich de aksie ontkrachtte, maar omdat het van middel tot doel werd. De epigonen van deze incidentele marginale aksie hebben jarenlang het schrale overblijfsel van het georganiseerde anarchisme, de nog altijd bestaande Federatie van Vrije Socialisten (FVS), van een slagvaardige bundeling van krachten weten te weerhouden. De trieste kortwieking van de organisatiekracht van het anarchisme, de verenging van het anarchisme tot stempelkussen onder invloed van de nieuwe charismata van Roel van Duyn, heeft de militante anarchisten die weigerden het standpunt van de Klassenstrijd te verlaten, naar andere werkterreinen gedreven. In de studentenbeweging, het Vietnam-protest, de boykot-volkstelling aksie, de milieubeweging, wijk- en buurtgroepen, het vormingswerk en vooral de soldatenbeweging hebben deze anarchisten zich aktief ingezet en het belang van struktureel organisatories werk opnieuw ingezien. Sinds 1972 heeft dit in bepaalde anarcho-kringen tot verscheidene, soms nog premature, organisatoriese experimenten geleid. Bij de diskussies die aan deze, vooralsnog niet aan de grote klok gehangen, activiteiten ten grondslag lagen dook in een vroeg stadium het zogenoemde Archinow-platform op, synchroon aan de gedachtenwisselingen over het organisatiekoncept van de Organisation Révolutionnaire Anarchiste (ORA) in Frankrijk en Engeland, die de tekst van dit platform tot basistekst hadden gekozen. Een, zij het nog zwakke en niet uitgekristalliseerde, proeve van deze diskussies - met name op het vlak van kritisering van het kontinue isolement van het anarchisme als gevolg van het ontbreken van organisatoriese perspektieven en het uit de weg gaan van konkrete verantwoordelijkheid - is in de loop van de laatste twee jaar onder meer door leden van de groep rond het anarcho-socialistiese tijdschrift De As aangedragen. "Anarchisten kunnen zich onmogelijk identificeren met de hier-en-daar weerslag van oorspronkelijke anarcho-opvattingen, of ze nu worden verwoord binnen nog altijd parlementair opererende partijen als PSP en PPR, aan de basis van vakbonden als NW en NKV, of binnen organisaties als de KWJ, de soldatenbond BVD, de socialistiese studentenbonden etc. Zulke weerslag kan incidenteel worden toegejuicht, misschien is ze zelfs door anarchisten op de plek tot stand gebracht of sterk beïnvloed. Maar duurzame resultaten, waarmee anarchisten zich kunnen identificeren, worden niet incidenteel tot stand gebracht. Ze dienen verworvenheid te zijn van brede, op kontinuering en konsolidering gerichte, infrastrukturele organisatie. Zulke organisatie zal bij uitstek funksioneren dwars door alle aktiviteit ter linker zijde van de barrikades. Ter linker zijde: daar bevinden zich ook veroveraars van de macht, die zelf willen heersen en zich ter versluiering inlaten met de onderdrukten. Daar zullen anarchisten de ontmaskering moeten bewerkstelligen, door juist datgene te doen wat verboden is en na te laten wat verplicht wordt. Anarchisten organiseren zich welliswaar dwars door alle aktiviteit links van de barrikades, maar niet naar willekeur: zij zoeken die klasse-specifieke organisaties, waar het revolutionair potentieel het grootst is omdat de repressie er het meest direkt wordt ervaren: gastarbeiders, woonwagenbewoners, Zuid Molukkers, Surinamers, werklozen, uitzendkrachten, gevangenen, politieke vluchtelingen"(3). "In de tweede plaats zal de anarchosocialist zich moeten manifesteren binnen de politieke massa-organisaties van de arbeidersklasse, met name de vakbeweging. Nu momenteel rechts te hoop loopt tegen de arbeidersbeweging, vanuit het NW radikalere geluiden klinken en zelfs het bestuurlijk kader van de PvdA even instemmend over de aloude anarchistiese eis van arbeiders-zelfbestuur als relativerend over het parlementarisme spreekt (vgl. de brochure Doe-het-zelf-bestuur, Vormingswerk PvdA 1975), mag het anarchisme zich niet (meer) isoleren in een welliswaar sympatieke, maar marginale syndikale organisatie als het OVB. Het is tenslotte een wijdverbreide misvatting dat een politieke ideologie een hechte politieke organisatie nodig heeft. De vraag of voor anarcho-socialistiese activiteiten een landelijke organisatie van anarchisten noodzakelijk is, kan dan ook ontkennend beantwoord worden. Bakoenin stelde al dat de arbeidersklasse zich in zijn hoedanigheid als arbeider moet organiseren"(4). Voor de formulering van patronen waarin de socialistiese strijd zich zal kunnen voordoen wil ik uitgaan van de idee van klassenstrijd. Tenminste twee stromingen laten zich aftekenen. De ene stroming is de reformistiese, die de klassenstrijd op de tweede plaats stelt. De huidige sociaal-demokratiese beweging stelt zich op dit standpunt. Voor zover deze beweging over klassenstrijd spreekt gebeurt dit in termen van een wedstrijd. Twee ploegen, twee klassen (kapitaal/arbeid) staan tegenover elkaar opgesteld. Zij gaan een wedstrijd spelen, de klassenstrijd voeren. Reformisten gaan daarmee uit van het bestaan van klassen voor en onafhankelijk van de klassenstrijd; de klassenstrijd wordt op zekere dag aangebonden, met andere woorden: de klassenstrijd bestaat pas nadien, zodat er op dit moment niet over gedacht en aan gewerkt hoeft of kan worden. De andere stroming is de revolutionaire, die de klassenstrijd primair stelt. Revolutionairen beschouwen het bestaan van de klassen en de klassenstrijd als een en hetzelfde. De uitbuiting van de ene door een andere klasse bepaalt de deling op dat zelfde moment; uitbuiting is reeds klassenstrijd! De klassenstrijd wordt daarmee als veranderd gezien in de produksiewijze. (-) Vaak wordt nu gedacht dat de burgelijke demokratie de klassenstrijd heeft doen verdwijnen. Dat is gezichtsbedrog. Het kompromis van de (burgerlijke)demokratie doet die klassenstrijd helemaal niet verdwijnen. Ze is er juist uitdrukking van (Lefebvre). In de strijd van de burgelijke klasse tegen de feodaliteit moest zij een beroep doen op het volk. De burgerlijke demokratie is in de strijd ontwikkeld en uit de strijd voortgekomen als een kompromis tussen bourgeoisie en "hetgewone volk". (-) In het verleden is meermalen door sommige anarcho-socialisten aangedrongen op het zich invoegen in de organisaties van de brede lagen van de arbeidende bevolking. Ik deel die mening om reden van propagandisties-strategies belang. Natuurlijk weet ik net als ieder ander dat de arbeidersbeweging in een burgerlijke maatschappij tweeslachtig is. Zij weerspiegelt in die zin de tegenspraak die eigen is aan de burgerlijke maatschappij. Die hele maatschappij, elk instituut daarvan, is met die tegenspraak doordrenkt. (-) Wil de mens een beetje zinvol kunnen handelen, dan moet hij de immense komplexiteit (de chaotiese ongekende omgeving om hem heen) wat inzichtelijk gaan maken. Maar hij kan niet alle komplexiteit totaal inzichtelijk maken, zodat hij steeds stukjes komplexiteit aanpakt. Zo dringt hij het chaotiese terug (reduksie). (-) Elk instituut is nu de generalisatie van bepaalde reduksies. (-) Waarom heb ik deze teoretiese omweg gemaakt? Wel,er wordt beweerd dat anarcho-socialisten niet in parlementaire lichamen kunnen zitten zonder hun principes geweld aan te doen. Het parlementarisme wordt voorgesteld als het moment waarop anarcho-socialisten hun deelname in het bestaande systeem moeten onthouden. Maar mij moet eens genoemd worden welk instituut in een burgelijke maatschappij niet behept is met tegenspraken op basis waarvan ik moet besluiten mij van deelname te onthouden"(5). Deze citaten, waaruit de goede verstaander nog de nodige tegenspraak kan distilleren als maatgeving voor het stadium van diskussie, wijzen duidelijk op de kern van de gedachtenwisseling: anarchisten moeten zich niet in eigen en zeker niet in klasse-onafhankelijke organisaties opsluiten, maar intreden - al of niet in onderling organisatories verband - in bestaande klasse-organisaties. Zij moeten zich ondubbelzinnig op het standpunt van de klassenstrijd stellen en niet talmen aan de fronten van deze strijd op te duiken. Juist over deze problematiek handelt nu het hierbij aangeboden Organisatories platform van de Revolutionaire Anarchisten. Dat wil zeggen: het Platform wordt gekenmerkt door de verwerping van de "syntese-opvatting" - hierboven ook in de beide nederlandse verschijningsvormen van de deklasseringsteorie en de klootjesvolkanalyse ontleed -, die pretendeert het sociale anarchisme te kunnen verenigen met het individualisme, dat de klassenstrijd verwerpt. Het Platform toont het belang aan van het inzicht dat revolutionair anarchisme en organisatie in de arbeidersbeweging niet te scheidenzijn. Op dit punt is met name het Algemeen Gedeelte van belang. Binnen het nederlandse anarchisme heeft "het Archino~platform"(zoals uit het hierna volgende voorwoord bij de franse uitgave blijkt, was Archinow niet de enige auteur) de laatste jaren op verdachte wijze een kwalijke faam gekregen. Daarvoor zijn enkele direkt aanwijsbare oorzaken, die zijdelings reeds in het korte historiese overzicht hiervoor ter sprake kwamen. De "syntese"-aanhangers hebben handig gebruik weten te maken van de in het anarchisme nogal wijd verbreide misvatting, dat organisatie synoniem is met autoriteit. Organisatie zou machtspolitiek zijn en als zodanig in strijd met het anarchisties beginsel van volledige verwerping van gezag en autoriteit. De paragraaf "Verwerping van het gezag" in het Algemeen Gedeelte spreekt op dit punt duidelijke taal. Een andere verdachtmaking van het Platform betreft de lezing, dat het uitsluitend zou handelen over militaristiese vormen van (geheime) organisatie van anarchisten. Daarbij werd dan verwezen naar de militaire achtergrond van de auteurs, alle afkomstig uit de autonome revolutionaire strijdgroepen van Nestor Machno. Dat het hier niet om een militaire achtergrond gaat, maar om een revolutionaire strategie in de burgeroorlog, werd wijselijk verzwegen. Het Opbouwend Gedeelte van het Platform, en met name de paragraaf "Verdediging van de Revolutie" verschaft hierover duidelijkheid. Het Platform wijst elke dwang kategories af! Voorts hebben met name funktionarissen van de Federatie van Vrije Socialisten in de jaren 1972-74 al degenen die het organisatievraagstuk volgens het Platform binnen de FVS ter diskussie wilden stellen konsekwent en via uiterst doorzichtige manoeuvres in verband met terrorisme, sabotage, politieke moord & doodslag trachten te brengen. Het feit dat de "aanhangers" van het platformkoncept zich inderdaad - en terecht - bij menige gelegenheid in woord en daad solidair hebben betoond met het lot van al of niet anarchistiese gewapende strijders en stadguerillero's die in handen van medogenloze staatsvervolgings-apparaten waren gevallen, speelde deze funktionarissen daarbij gemakkelijk in de kaart. Dat het een met het ander niets van doen heeft, spreekt intussen voor zich. Er was evenwel een merkwaardige reden waarom de stelselmatige ontluistering van het Platform zich zo gemakkelijk kon ontplooien. Deze reden is de eenvoudigst denkbare, en als zodanig tegelijkertijd een kurieuze barometer van de deplorabele infrastruktuur van het recente nederlandse anarcho-gebeuren: er was geen adekwate vertaling van het Platform voorhanden! Welliswaar heeft in "kader"-kringen van de FVS korte tijd een schamper en nauwelijks te lezen stencil gecirculeerd dat de tekst van het Platform pretendeerde te bevatten, maar een dermate abominabele vertaling als dat vod presenteerde vermag de titel werkelijk niet dragen. (Nader onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat de tekst vertaald was uit een engelse vertaling - in het voorwoord waarvan nota bene verontschuldiging wordt gevraagd voor het feit dat niet beschikt kon worden overeen korrekte vertaling - die weer genomem was van de eveneens slechte franse vertaling uit het russies . . .). Ook ervan uitgaande dat vele nederlandse kameraden het frans redelijk beheersen kunnen we nog niet aannemen dat het Platform gemeengoed was: de eerste uitgave van de ORA in 1972 is namelijk vrijwel niet verkrijgbaar geweest omdat de ORA met heruitgave wilde wachten op een herziene vertaling, die pas in 1975 is uitgekomen. Nog een enkel woord over het ontstaan van het Platform. De russiese anarchisten die de gewetenloze uitroeiing onder Trotzky van de strijdgroepen van Nestor Machno in 1921 wisten te overleven en vervolgens ook nog aan de terreur van de Tcheka konden ontkomen, hebben zich aanvankelijk in Berlijn, later voor een deel in Parijs gevestigd. Daar formeerden zij een anarchistiese groep in ballingschap, waarin behalve Machno zelf vooral zijn oude strijdmakker Petr Andreevich Archinow aktief was. Deze groep heeft via haar krant Dielo Trouda (Zaak van de Arbeiders) analyses en historiese studies gepubliceerd over de russiese revolutie, het verraad en de afleidingsmanoeuvres van de bolsjewisten, de Tchekaterreur, de vervolging van revolutionaire anarchisten in Rusland. De groep voerde intensieve diskussie over het falen van de russiese anarchisten om tegenover de bolsjewisten de strijdorganisaties van de arbeiders te beschermen en te verbinden. Dielo Trouda konkludeerde dat dit falen allereerst een kwestie van organisatoriese zwakte, van gebrek aan eenheid en verbinding van de talrijke anarcho-groepen in Rusland sinds 1905 moest zijn geweest. Uit deze diskussie ontstond een organisatories koncept, het Platform. Bijna een halve eeuw later is het, opnieuw in Parijs, weer boven water gekomen, met name door toedoen van de broers Cohn Bendit (6). Op 16 mei 1968 droeg Gabriel het lied voor dat de gewapende strijders van Machno's ruiterleger voor Machno en zijn vrouw hadden gezongen: "hoera,hoera/Op mars/de vrijheid tegemoet/voor moedertje Galia/voor vadertje Machno/We zullen verslaan/ verpletteren in de slag/wij zullen overwinnen/de laatste kommissaris" Nu het Platform, zoals betoogd, op bepaalde punten wederom aktueel is geworden, wil dit niet zeggen dat met deze uitgave beoogd wordt overschatting ervan uit te lokken. Per slot van rekening is de tekst vijftig jaar oud en op het vlak van de organisatoriese koncepten hebben de ervaringen met de anarchistiese kollektieven in de Spaanse revolutie en de daarop volgende burgeroorlog - tien jaar na de totstandkoming van het Platform - duidelijker taal gesproken dan ooit in de geschiedenis van de arbeidersbeweging. De lezer zal evenwel verbaasd kunnen konstateren dat belangrijke gedeelten van het Platform zonder meer van toepassing kunnen worden gebracht op juist die ervaringen. Maar dat neemt verscheidene zwakke passages niet weg. De woordkeus is niet altijd even gelukkig en een zekere dichterlijke verheerlijking en romantisering van de arbeid steekt nogal af bij de nuchterheid van de algemene analyse. Ook de opmerkingen over het belang van de boerenstand en een aanzienlijk gedeelte van de ekonomiese analyse zijn zwaar uit de tijd. Vergeten we niet dat de tekst is geschreven tegen de achtergrond van een uitgesproken plattelands-samenleving, namelijk die van Rusland in 1926 met 85% boeren. Tenslotte op een specifiek punt een vertaaltechniese verantwoording. Het gaat om het begrip revolutionaire anarchisten. In de franse tekst wordt dit begrip telkens afgewisseld met de in Nederland niet ingevoerde term anarcho-kommunisten. De oorzaak hiervan ligt in de geschiedenis van het russiese en franse anarchisme. Enerzijds om verwarring met het hier geladen gebleken(7) begrip libertair marxisme te voorkomen, anderzijds omdat het Platform op de essentiele punten (La plateforme d'organisation des forces revolutionnaires de l'anarchisme: eerste alinea Organisatories Gedeelte) steeds de term revolutionair anarchisme gebruikt en tenslotte ook omdat de nederlandse anarchisten die zich op het Platform baseren deze term gebruiken, hanteert onze vertaling in alle gevallen: revolutionair anarchisme. Dat dit begrip van toepassing is op die stroming in het anarchisme die zich op het standpunt van de klassenstrijd stelt en ook bereid is daaruit de noodzakelijke konsekwenties te trekken - teoreties zowel als prakties -, zal de lezer nu spoedig bevestigd zien. Boudewijn Chorus. Groningen, 1976. (1) Albert de Jong: De spoorwegstaking van 1903; Heemstede 1953, heruitgave A.U., Amsterdam 1973. (2) Hans Ramaer: Van Domela tot Provo, - anarchisme in Nederland; Maatstaf aug.-sept.1976, arbeiderspers, Amsterdam. In dit nummer ook interessante gegevens over Nestor Machno c.s., de russiese revolutie en het anarcho-syndikalisme. (3) Boudewijn Chorus: Anarchisme-diskussie; De As 15/16, aug. 1975, Stg. Pamflet, Groningen. (4) Hans Ramaer: Anarchisme-diskussie; De As 20, apr. 1976. (5) Thom Holterman: Anarchisme-diskussie; De As 21/22, aug. 1976. Zie ook zijn brochure Over arbeidersstrijd en arbeiderskontrole; Tegengif nr. 1, Stg. Pamflet, Groningen 1976. (6) Gabriel & Daniel Cohn Bendit: Linksradikalisme, remedie tegen een verkalkt communisme; Kritiese Biblioteek/Van Gennep, Amsterdam 1969. Zie met name blz. 276 e.v. de overeenkomsten met het Platform. (7) "Als korreksie op een binnen de anarchistiese beweging gegroeide traditie van anti-marxisme mogen de zich onder meer op Guérin baserende libertair-marxisten nuttig werk gedaan hebben, nu zij sinds enige tijd het nivo van intellektualistiese zelfbevrediging niet te boven komen, is er geen sprake meer van maatschappelijke relevantie. Het libertair-marxisme is gedevalueerd tot anarchisme-als-filosofie, een stroming die het anarchisme dialekties heeft gekortwiekt tot kenteorie" (4). VOORWOORD BIJ DE FRANSE UITGAVE DE RUSSIESE ANARCHISTEN, DE REVOLUTIE VAN 1917 EN HET PLATFORM Het succes van het leninisme tijdens de RUSSIESE revolutie heeft een sluier geworpen over de andere revolutionaire groepen uit die tijd, die de wereld in 1971 deden schokken. Onder hen namen de anarchisten een biezondere plaats in; de rol die zij speelden en hun invloed zijn lange tijd miskend, zoniet verborgen geweest door de vlotte lastertaal van de gevestigde macht. Pas sinds kort is de historiese waarheid begonnen door te dringen; nu ontdekken sommigen wat zij al te lang hebben willen ontkennen: eerst was het maar al te gemakkelijk schuil te gaan achter de bolsjewistiese leuzen, maar de herhaalde dwalingen en mislukkingen van het marxisme-leninisme op weg naar de oplossing van de problemen die zich voor deden in de strijd tegen het kapitalisme en in de pogingen om socialistiese regimes te vestigen, hebben de anti-autoritaire en anarchistiese stroming - waaraan de gehele bevrijdingsbeweging van het proletariaat ontspringt - opnieuw aan de orde van de dag gesteld. De russiese anarchistiese beweging in het voetspoor van Bakoenin en Kropotkin, kreeg, afhankelijk van de intensiteit van de tsaristiese onderdrukking, diverse kansen. Vooral tijdens en na de russiese revolutie van 1905 heeft de beweging een aktieve rol gespeeld. En ook al valt er heel wat aan te merken op deze eerste massale opstand in Rusland, het is niet te ontkennen dat de geringe inbreng van de partijen met revolutionaire pretenties - in het biezonder de sociaal-revolutionairen en de bolsjewistiese sociaal-demokratiese partij - een beslissende rol speelde in de mislukking van deze revolutionaire opstand. Daarop volgde een zware tijd; gewapende aksies en onteigeningen moesten de onverbiddelijke opkomst van de tsaristiese onderdrukking zien te stuiten. De anarcho-kommunisten werden erom beroemd; in Sebastopol liet de groep van Borrisow 21 matrozen die wegens muiterij ter dood waren veroordeeld van het pantserschip Potemkin ontsnappen. In Jekaterinoslaw blies de slotenmaker Archinow op 23 december 1906 een flatgebouw op waarin zich de leden van een politiële strafexpeditie ophielden. Daarbij kwamen verschillende kozakken-officieren en marechaussees om het leven. Diezelfde Archinow schoot op 7 maart 1907 temidden van een enorme menigte de spoorwegchef van Alexandrowsk met een revolverschot neer. Hij verweet deze kerel niet alleen jarenlang arbeiders onderdrukt te hebben, maar bovendien 120 van hen, die hadden deelgenomen aan de gewapende opstand van 1905, te hebben aangegeven: meer dan 100 van hen waren daarop ter dood of tot dwangarbeid veroordeeld. Zo heeft ook Nestor Machno door systematiese onteigening van vooraanstaande landeigenaren en de bourgeoisie van Gouliai Pole en door de exekutie van al te ijverige marechaussees en spionnen van zich doen spreken. De reaksie nam intussen harde vormen aan: Borrisow wordt in 1909 op 27jarige leeftijd opgehangen; Archinow, ter dood veroordeeld maar tweemaal ontsnapt, wordt toch weer gevangen genomen in 1909 en tot levenslang veroordeeld; Machno volgt hem naar dezelfde gevangenis en krijgt, hoewel aanvankelijk eveneens ter dood veroordeeld, later levenslang opgelegd. Het jaar 1917 opent de deuren voor de overlevenden van dit heroiese tijdperk van direkte aksie, - overlevenden die zich inspannen juist de harde aksies voor hun rekening te nemen in de grote omwenteling en een onbetwistbaar radikale rol spelen in de gevoerde strijd. Maar de mooie eensgezindheid weet zich niet lang te handhaven. De bolsjewieken haasten zich al degenen die zich links van hen opstellen uit te roeien, om zich aldus te kunnen verzekeren van de macht. Hun aangeboren zucht tot opportunisme en reformisme vindt uitdrukking in de verloochening van zowel de belangen van het proletariaat als van hun eigen oktober-aspiraties. In april 1918 worden de anarchistiese groeperingen in Moskou gewapenderhand gearresteerd: 600 anarchisten verdwijnen achter de tralies, vele tientallen worden gedood. De officiële reden is de opruiming van a-sociale en onkontroleerbare elementen; in werkelijkheid gaat het erom de organisatie van een gewapend leger te tonen, een leger dat zich zou verzetten tegen dissidenten en misbruik van de Tcheka. Daarna heeft de doorbraak plaats: de sociaal-revolutionairen, die sinds oktober in het gouvernement waren vertegenwoordigd, probeerden op hun beurt te reageren door in juli 1918 in Moskou een coup tegen de Tcheka en de macht uit te voeren; zij falen verschrikkelijk en worden totaal uitgeroeid. Een van de anarchistiese stromingen sluit zich aan bij de bolsjewieken om taktiese redenen en op basis van verlangen naar anti-reaksionaire eensgezindheid, maar zij vervalt al spoedig in wanorde en treedt in de Bolsjewistiese Partij, die inmiddels kommunisties was geworden (alle hoop op samengaan met de mensjewieken was sinds maart 1918 vervlogen). Later werden de traditionalistiese anarchisten noodgedwongen voor dezelfde keus gesteld. De meest konsekwente militanten werden aldus genoopt, door onderdrukkingen en machtsmisbruik die op flagrante wijze de werkelijke kontrarevolutionaire aard van het regime aan het licht brachten, direkt - met het wapen in de hand - op te treden tegen deze reaksie onder het mom van de revolutie. De Machno-beweging en de opstand van Kronstadt vormden de laatste oktoberopleving. De anti-autoritaire russiese revolutie is bedwongen. Deze nederlaag zal grote en langdurige gevolgen hebben voor de internationale arbeidersbeweging. Enkele ontsnapten slagen erin door de mazen van het Tcheka-net te glippen en vluchten naar het buitenland, aanvankelijk Duitsland, later vooral Frankrijk. Zo ontstaat een buitengewoon aktieve groep van russiese revolutionaire anarchisten rondom het tijdschrift Dielo Trouda (De zaak van de arbeiders) waarin uitstekende analyses en studies betreffende de russiese revolutie en het doen mislukken ervan door de bolsjewieken verschijnen en artikelen over de verwording van het regime. De kollektieve gedachtenwisseling van de Dielo Trouda activisten leidde tot de publikatie van het Organisatories platform van de revolutionaire anarchisten. Dit ontwerp werd hun uitgangspunt en trachtte in het licht van de in Rusland opgedane ervaring de grondbeginselen van het anarchisme te verduidelijken, om het anarchisme een meer samenhangende en konstruktieve rol te laten spelen in de verwerkelijking van het revolutionaire ontwerp. Zij stuitten daarbij op het traditionele negativisme van de "professionals van de anarchie" die door hun verstandelijke en verwarde visies in onmacht zijn vervallen (het is een opmerkelijk feit, dat de fundamentele eis van vrijheid van anarchistiese ideeën de ontluiking toestaat van kleine snoeshanen, meesters in wanorde en onzekerheid, zoals ze dikwijls welig tieren in pseudo-anarchistiese milieus: onderdelen van belangrijk remmende faktoren in de verbreiding van de proletariese en sociale betekenis van het anarchisme). Het Platform maakt daarom de grens wat duidelijker tussen die vage elementen die volstaan zich anarchist te noemen en diegenen die waarlijk voorstanders zijn van de sociale strijd om de emancipatie van de arbeiders. Dit ontwerp van Platform bracht een fikse diskussie te weeg, eerst binnen de russiese anarchistiese beweging in ballingschap, later binnen de internationale anarchistiese beweging. Sommige aanhangers van "het officiele anarchisme", gekorrumpeerd door herhaaldelijk en aanzienlijk geschipper jegens het bourgeois-regime (met name door aktieve deelname aan de vrijmetselarij, - een speciale hobby van voorstanders van de vermaarde maar verwarde "syntese"), attaqueerden het Platform agressief door het stelselmatig te denigreren, het voor te stellen als een poging het anarchisme te "verbolsjewiseren" en verkapte pogingen hun vijandige houding te verbergen ten aanzien van de k1asse-opvatting zoals deze in het Platform is uitgedrukt, kortom door hun ontkenning van de klassenstrijd. De essentiële punten in de zich ontspinnende diskussie kristalliseerden zich als volgtuit: oorzaken van de zwakte van de anarchistiese beweging; betekenis en geest van het Platform; revolutionair anarchisme versus de "syntese"; sowjets en de produktie; invloed van de anarchisten op het revolutionaire proces; verdediging van de revolutie; revolutionaire anarchistiese organisatie. Deze punten werden in talloze artikelen door de redakteuren van het Platform aangeroerd (zie onder meer de literatuurlijst achterin deze brochure). De originaliteit en voornaamste tendens van het Platform bestaat in het aantonen van de noodzaak een militante praktijk van revolutionaire anarchisten solide op te bouwen door een omvattende organisatie op de been te brengen, die de meest pure en meest aktieve anarchisten verenigt. Daarmee brengt het tevens een verlangen tot uitdrukking dat vooral diep en dringend gevoeld werd door de ontvluchte Machnowitchina, voor wie het gemis aan betrekkingen met de andere anarcho-groepen funest was geweest. Het organisatieprobleem is altijd de achillespees van de anarchisten geweest: velen hebben steevast de voorkeur gegeven aan het belijden van de schoonheid van de anarchistiese beginselen en het schoonhouden van de handen door een direkt verband met de sociale werkelijkheid te negeren, - wat in feite neerkomt op een borgtocht voor het bestaande regime van uitbuiting. De voorstanders van de sociale revolutie zullen, naast alle bekende problemen, in het Platform de essentiële moeilijkheden van de revolutionaire strijd terugvinden. Op het vlak van organisatie levert het Platform een fundamentele bijdrage in de formatie van een niet-burokratiese revolutionaire organisatievorm. De voornaamste beginselen - kollektieve voortdurende verantwoordelijkheid en methode van kollektieve aksie (of kollektieve benadering) - vormen het tegengif op alle burokratie, aangezien ze de zorg om het nuttige effekt van de strijd koppelen aan het direkte optreden van elke strijder op zich. Deze kollektieve benadering waarborgt de samenhang en het verband van de onderlinge betrekkingen tussen de revolutionaire minderheid en de werkende massa. Het zal duidelijk zijn dat de O.R.A. wordt geïnspireerd door dezelfde zorgen en zich laat leiden door dezelfde vooruitzichten op basis van een organisatie van de meest radikale proletariese elementen, als onomwonden voorstanders van de socialerevolutie, die - waar het om klassestrijd gaat - een proletariese klasse-benadering hebben. Hierbij zal worden gelet op een diepgaand en direkt dialekties verbandtussen de teoretiese uitwerking en de kollektieve militante praxis van het revolutionaire ontwerp. Het is deze beweegreden, die ons noopt deze basistekst te leren kennen. Een laatste opmerking over deze tekst. Geruime tijd is de tekst beschouwd als het persoonlijk werk van Petr Archinow, die inderdaad de spil was van de groep rond Dielo Trouda. Het is niettemin nodig de waarheid recht te doen (met name op grond van de getuigenis van Ida Mett, auteur van de Kommune van Kronstadt). Het Platform werd kollektief uitgewerkt door de redaksie van Dielo Trouda, bestaande uit: Archinow, Machno, Valewsky, Linsky en Mett. Het is dan ook niet mogelijk deze tekst uitsluitend aan de persoon van Archinow te koppelen om afbreuk te doen aan de waarde van de kollektieve onderneming. De voorliggende tekst is een nieuwe en exaktere vertaling van de hand van een russiese kameraad van de O.R.A. De eerste en enige tot nu toe bekende franse vertaling werd vervaardigd door Volin, die vervolgens een van de voornaamste tegenstanders van het Platform werd. Volin's vertaling bevat enkele belangrijke vertaalfouten, waarvan de tegenstanders dankbaar gebruik hebben gemaakt (zo vertaalt hij "zich oriënteren" met "dirigeren" waar het de benoeming van een kontrolekommissie betreft). PREFACE & INTRODUCTION TO THE 1977 (ITALIAN) ORA EDITION OF THE ORGANIZATIONALPLATFORM OF THE LIBERTARIAN COMMUNISTS From Worker Date Sun, 6 Oct 2002 12:16:29 -0400 (EDT) A - I n f o s a multi-lingual news service by, for, and about anarchists ** ________________________________________________ A - I N F O S N E W S S E R V I C E http://www.ainfos.ca/ http://ainfos.ca/index24.html _____________________________________________ Following the political and social eruption of 1968, dozens of young anarchist groups all over Italy (and in fact all over western Europe) were to re-discover the "Organizational Platform of the Libertarian Communists", a document which had already sparked bitter debate among anarchists of the time and which continued to enthuse or arouse condemnation throughout the following decades. In the early '70s, a collective of anarchist militants in the Italian region of Puglia (from the towns of Bari, Foggia, Barletta, Bisceglie, Molfetta and Altamura) accepted the challenge thrown down by the "Platform" and attempted to establish an anarchist organization based on theses (theory, strategy, tactics) shared by its members. >From this was born the Revolutionary Anarchist Organization (ORA, 1975-1986, with sections and members in the regions of Puglia, Campania, Marches, Emilia, Lombardy, Veneto and Piedmont) and, following its amalgamation with the Union of Tuscan Anarchist Communists (UCAT), the Federation of Anarchist Communists (FdCA, 1986-present, with sections and members in Tuscany, Marches, Lombardy, Friuli, Liguria, Puglia and Emilia). In 1977, the ORA, which was still a regional organization at the time, published an edition of the "Platform" as part of a series known as "StoriaDocumenti". The following Preface and Introduction were written for this publication. Today, 25 years after its first appearance, the text which we now present is still an extremely useful analysis of a document which continues to be a loud call for anarchists to dedicate themselves to the class struggle, to working in the mass organizations of the workers and in the anticapitalist movements. This work requires analysis, planning, coherence and co-ordination in our political action and a unitary vision of the objectives which we need to reach. Hence the need for a Union of Anarchists which can overcome the custom of synthesis between diferent anarchist currents, and instead experiment a practice of unity based on theoretical-strategic theses and on a political programme. And in order to reach this unity, it is necessary to engage in an internal debate which is so intense that it forces each militant to assume responsibility for the collective decisions which have been made. FdCA October 2002 ******************************* PREFACE AND INTRODUCTION TO THE DYELO TRUDA 1926 ORGANIZATIONAL PLATFORM OF THE LIBERTARIAN COMMUNISTS [From the first pamphlet in the series "StoriaDocumenti" containing the 1926 Platform and the debate of the time, published in Bari in May 1977 by the Organizzazione Rivoluzionaria Anarchica [Revolutionary Anarchist Organization]) PREFACE The Platform, often known as Arshinov's Platform, was not his alone, but that of a group of Russian anarchist communists who had survived the Russian Revolution and the Leninist victory over the revolutionary front. The group included, for example, Nestor Makhno and Ida Mett. All of them had first-hand experience of the dramatic events of the Russian Revolution, and certainly no less so than Arshinov. These comrades had settled in Paris during the '20s and had established a group by the name of "Dyelo Truda" which carried out intensive publicity work. Their experiences had provided them with not only a clear, pitiless vision of the faults of anarchism amid the fire of revolutionary struggle, but also with a violent repulsion towards those comrades who had contributed more than others to the confusion among anarchists in Russia and a tremendous urgency to change the state of the movement (we must remember that the international scene at the time was in great turmoil). This perhaps contributed to the somewhat messianic tones in which the Platform was presented. However, this in no way excuses the exaggerated resentment of certain comrades towards the Platform, resentment which may be justified with regard to the form and the way it was presented, but not with regard to the content. Some things in the Platform, although important, were not clarified or perhaps not fully explained. Other points are simply mistaken. The organizational structure proposed in the Platform is wrong from an anarchist perspective. The existence of organisms and positions holding delegated political powers from the assembly of the organization's members is unacceptable. The powers which the comrades of "Dyelo Truda" wished to give the secretariats and secretaries in effect admits functions which go beyond the expression of policies which have previously been decided by the whole organization, and provides them with real tasks of direction. This must be rejected. A structure of this type is incompatible with the concept of collective responsibility, which foresees conscious adhesion to policies and their continual acceptance by all the members and which excludes in the strongest possible way any decision-making mechanism outside the assembly that seeks to represent the assembly and bind it through collective responsibility. These negative aspects, however, do not take away what the Russian comrades have given us with their Platform, its enormous value as a proposal and even more so as a milestone in theoretical-practical confrontation. The fact is that, at an international level, although many comrades raised a fierce din over the debate, they were unable to discern the positive elements form the negative or debatable points, and cherish what was good. As usual, it was the entire movement which paid the price, and not just the Russian comrades. Arshinov afterwards became a Bolshevik and the Platform became known by all and sundry as "Arshinov's Platform". This absurd occult game is the last thing we need. For us, and for history, it is the Platform of Dyelo Truda, of a group of Russian comrades, all demonstrably anarchist communists to the last degree. INTRODUCTION Much has been said within the Italian movement about the Dyelo Truda Platform, above all in the last decade. So many words and so much prejudice. If an explanation is needed, it could be said that those who re-launched the debate a few years ago did not have the necessary political clarity to explain to the movement the real, current reasons which lay behind the need for discussion. On the other hand, those who reacted hysterically to this initiative with condemnations and excommunications, evidently did not have the ability and/or the desire to affront a debate where, rather than the Platform in question, it was the real needs of Italian anarchism which were at stake. The Dyelo Truda Platform wished to raise four points: 1. class struggle 2. the relationship between specific organizations and mass organizations (organizational dualism) 3. theoretical unity of the specific organization 4. collective responsibility 1. CLASS STRUGGLE This point has often been the subject of a false comparison. On the one hand, that known by some as "anarchist humanism", on the other, "class struggle". The former is held to be the real content of the libertarian struggle, its objective the enhancement of mankind and its needs without the chains of exploitation and, therefore, class divisions. The latter is held to be marxist and leninist ideology which uses the class struggle to shift power to a new class, that is to say to a new party. The fact is that we must not talk here about ideology or, in other words, imagine we can combat the ideological distortions that the marxist-leninists brought to the revolutionary struggle of the exploited class using some new ideology created by a (good) vanguard like the anarchists. It seems to us, instead, that those who distort the revolutionary appeals of the masses in their minds need to be opposed by ? the revolutionary masses themselves. The historical facts that have provided anarchism with its own historical space and vigour, have been the revolts by one social class which, for the very reason that as a class it has been forcibly deprived of labour, time and self-determination, has rebelled against the other class, the exploiter class. The latter gains immediate advantage from class divisions and tries to obfuscate the explosive reality with interclass ideology. The exploited, instead, have everything to lose from this division, both in the present and in the future. It is, in fact, from them that the idea of the destruction of classes was born. The first step, therefore, is to accept their class struggle against class, and the idea of equality against the practice of division. Once this terrain has been won, it is then necessary to fight against the ideology of the "dictatorship of the exploited", which we know well makes no revolutionary sense. The struggle of the exploited class must not degenerate into a "dictatorship of the class". After all, it is the exploited who have pursued a classless society (and only they who can do so). To sum up: the exploited assert their existence and their needs by fighting against the exploiter class. When, during this struggle, the proletariat asserts (as it almost always does) the idea of a society without classes, then those in a dominating position react more forcibly and the struggle against this class by the exploited class becomes ever more necessary. At this stage there is the risk that the falsely revolutionary idea of the "dictatorship of the proletariat" can be expressed. In other words, that a new dominating class be born. The guarantee that this does not happen lies in the clarity of the idea of equality, that is to say that this idea rests in the hands of the only people in whose interest it is to keep the idea alive - the exploited masses. They must always remain as a compact, autonomous class together with anyone else who joins them in the revolutionary struggle, every time the risk of the formation of a more or less dominating class rears its head. And, we repeat, the only power which has the capacity to bring about equality and the only material interest to pursue it, is found amongst the exploited masses, on the precise condition that they always remain united and that they destroy classes of any type which thrive on inequality. Everything outside this, outside the history of revolutions, is simply a mass of dangerous mental exercises which only serve to confuse. It is not a coincidence that the western bourgeoisie and the eastern "socialist" bureaucracies both tell us that we are all equal and that in their societies either there exist no class divisions or that they are fast disappearing. They are simply trying to deny the existence of their dominion. We will have no truck with this idea. 2. SPECIFIC ORGANIZATIONS & MASS ORGANIZATIONS ("ORGANIZATIONAL DUALISM") On this point there has been, unfortunately, little (if any) serious debate, aside from various superficial mentions and recent (and quite justifiably worried) awakenings. Revolutionary anarchist militants must unite with the exploited masses, but at the same time they must be able to carry out their propaganda in order to bring the masses' own history to their attention, to point out the past mistakes and victories on the road of revolution - an element of clarity is necessary. The exploited masses must organize their strength and clarity in their struggle against the exploiter class: the material possibility that a classless, self-organized society can be brought about lies in just this. Anarchist revolutionaries together with the exploited must organize themselves by making the most of the specific qualities they can lend to the social revolution, but these qualities will have no sense if they are not harmonized. The masses need dialogue with those who provide them with the elements to defeat the dominant ideological mystifications in the light of the history of the revolutionary masses. The does not, however, mean that this clarity cannot change from a possible revolutionary weapon into a real and active revolutionary weapon in the hands of the masses alone, that they alone can build the new society. This enormous problem cannot be resolved by naturally canceling one of the two terms, that is to say, by expecting that only those who are in the specific anarchist communist organization can make the revolution, or that it is enough to organize the anger of the exploited without offering the clarity of revolutionary vision in order to reach anarchist communism. What is serious is that often one or other of these two errors is committed as a result of simple short-sightedness with regard to the real problem. We urgently need to recognize our backwardness in this area. It is one of the cardinal points of the struggle against the political and labour organizations controlled by the dominating class, in other words, in our struggle for a social revolution. In conclusion, the specific organization of the anarchist communists and the organization of all the exploited masses must exist and express themselves in their specific areas. But at the same time, they must harmonize more and more in the revolutionary struggle, or face defeat. 3. THEORETICAL UNITY OF THE SPECIFIC ORGANIZATION An organization of synthesis or of tendency? In the days when the Platform first appeared, this was a lively, explicit debate within the anarchist movement. Today, instead, it seems that everyone is opting for an organization of tendency or, at least, it seems that the polemics have become blurred or have run out of steam. Unfortunately, there is still little clarity and for this reason the matter should be well debated. Synthesis is the union of all those who look to anarchism, irrespective of the various theoretical and strategic interpretations held by each, basing themselves on the sole necessity that anarchists be able to co-ordinate themselves when and how they wish, on the basis of activities carried out at the time. The unitary tendency, instead, does not place the organization at the source of the needs of the moment, but rather at the service of a common theoretical-strategic line which is shared by all the comrades who organize together. If you like, it could be said that both positions require unitary tendency in order to create organization, but they differ noticeably in just how unitary they need to be, ranging from simply declaring oneself to be anarchist ("pure" synthesis) to precision of strategic unity (tendency). In terms of the movement, it is a matter of the problem of anarchist pluralism. Let us take for granted the existence of several tendencies within anarchism. We then have two choices: either expect all those who call themselves anarchists to survive politically, united as part of the same organism whatever the effect of their actions be with respect to the exploited and the social revolution (even if some forms of anarchist political practice become outmoded as a result of historical facts), or hold that each tendency should organize itself, act and establish its effectiveness autonomously from the others without fear of prejudiced criticism. We believe that it is not enough to call oneself anarchist in order to be revolutionary, in order to be as politically useful as possible in the revolution of the exploited masses. If we wish to be fair to them, we must allow a possible relationship between the masses and the various anarchist tendencies so that these tendencies can be seen for what they are and not just as part of one great, confused melting pot. The result in that case is confusion, even between anarchists (where only those who thrive on confusion benefit) and represents a missed opportunity for anarchism within the social revolution. For this reason, the best way to honour the pluralism of anarchist tendencies is for them to present themselves in the struggle with clear, specific features, with the possibility to express them and with the freedom to debate with each other politically and, if necessary, to criticize each other. Let us see the real differences (neither blown out of proportion nor artificially reduced). Let us see their comparison and evaluate them without distortions. Let us no longer pay the price of powerless confusion for the sake of some abstract, purely mental, unity. Let each tendency assume its responsibilities towards the exploited and the social revolution - those who make mistakes can only correct themselves in this way. Our comrades know full well how important this problem is for the Italian anarchist movement, and has been since the last war. 4. COLLECTIVE RESPONSIBILITY An organization is altogether another thing to an individual. Neither is it a simple hotchpotch of individuals. We organize in order to be able to act in a stronger, more incisive way. Libertarian society could certainly not afford to have people who only think of their own interests. On the contrary, a successful libertarian society is based on the fact that, with the abolition of the weapons of dominion of man over man, through one's own autonomous conscience, each member of society keeps the collective needs in mind. It is an ambitious project of overcoming today's individualism gradually and without external impositions. A specific organization of militants who fight for this type of society and who move together as a result of their shared theoretical and tactical vision, cannot but base itself on collective responsibility. In our opinion, Malatesta did reach agreement with Makhno on the substance of the matter, even though he spoke of the moral responsibility of the individual. But it is clear that it is the individual who contributes to the creation of the collective responsibility of the organization with an act of moral responsibility. This comes about at the moment when theoretical and strategic unity, as a real product of the members of the specific organization, determine the general line to be followed and the ways in which it can be revised and changed. It is around the theoretical and strategic axis, continuously revised and clarified, and around the various tactics which, while not necessarily equal, do not clash with the general line, that we can build an organization as the unitary political conscience of all its members. With the consequent freedom of choice from among different tactics, continually ensuring that the discussion of tactics follows the general line. If there is clarity on this point and, as long as they accept the principle of the need for a line (even if they are a majority), those who do not agree with the old theoretical-strategic line will be the first to try to build a new organization which can successfully express their general political vision. All this in terms of collective responsibility means that someone joins an organization for the very reason that he or she shares its policies and, therefore, accepts the relationship of responsibility with all the other members. It means that on particular tactical matters, a comrade can choose to agree or disagree with the line and take on the responsibility of doing no more or no less than what s/he said that s/he would do. If we don't want people to accept a platform which they will not then follow and (even worse) not revise regularly, then let us accept the principle of collective responsibility and furthermore (and this is important), let us make it work by giving the organization efficient structures of assembly decision-making. This is something which the movement today is sorely lacking. These four points are all enormously important in Italy today. On the downside, however, we are behind in our work of clarifying them. There has been enough confusion, what between reactionary "excommunications" and fanfared advances. In our opinion, the absurd excommunications on the one hand and the inability to reply to them clearly on the other have only served, and will only continue to serve, to keep the very problems which Dyelo Truda wished to eliminate with their Platform in a state of suspense, unaddressed and unresolved. The proof of this is the fact that the Italian anarchist communist movement still finds itself deprived of those instruments which it should by now have developed, or at the very least examined in a serious way. This state of the movement is clearly visible both in the daily union of many comrades and groups, and often in the agendas of the conventions of those organizations who have thus far undervalued the importance of these matters. We do not wish to add any other specific points. Just one serious observation - on this and other matters, let us confront each other on the basis of real results. Let's not play the games of our enemies who prefer to fish in the troubled waters of confusion and impotence. ******************************** Federazione dei Comunisti Anarchici (FdCA) Ufficio Relazioni Internazionali: internazionale@fdca.it http://www.fdca.it/ ******* ******** ****** The A-Infos News Service ****** News about and of interest to anarchists ****** COMMANDS: lists@ainfos.ca REPLIES: a-infos-d@ainfos.ca HELP: a-infos-org@ainfos.ca WWW: http://www.ainfos.ca/ INFO: http://www.ainfos.ca/org -To receive a-infos in one language only mail lists@ainfos.ca the message: unsubscribe a-infos subscribe a-infos-X where X = en, ca, de, fr, etc. (i.e. the language code) A-Infos Information Center http://www.ainfos.ca/org/" ORGANISATION REVOLUTIONNAIRE ANARCHISTE. PARIS, 1975. INLEIDING Het is veelbetekenend dat de anarchistiese beweging zwak blijft en zich in degeschiedenis van de arbeidersstrijd meestal als een faktor van gering belang heeftgemanifesteerd, ondanks de kracht en het onbetwistbaar positieve karakter vanlibertaire ideeën, ondanks de juistheid en integriteit van anarchistiese standpuntenten aanzien van de sociale revolutie, ondanks ook het heidendom en de ontelbareoffers die anarchisten in de strijd voor het revolutionaire anarchisme hebbengebracht. Deze tegenstelling tussen de positieve en onbetwistbare deugdelijkheid vanlibertaire ideeën enerzijds en de miserabele staat van vegetatie waarin deanarchistiese beweging verkeert anderzijds, is te verklaren vanuit een aantal oorzaken waarvan de voornaamste het ontbreken van organisatoriese richtlijnenbetreft. In vrijwel alle landen ontpopt de anarchistiese beweging zich in lokale organisatiesdie doorgaans tegenstrijdige opvattingen in teorie en praktijk vertolken, zondertastbare perspektieven voor de toekomst of ook maar enige kontinuïteit in destrijdbare aksie. Gewoonlijk gaan zulke groepen dan ook spoedig de mist in. Eendergelijk deplorabele toestand van het revolutionaire anarchisme kan niet anders danels 'chroniese desorganisatie' worden aangemerkt. Deze desorganisatie-ziekte heeftzich als gele koorts in het organisme van de anarchistiese beweging genesteld en erdecennia lang huisgehouden. Dat dit mogelijk is geweest valt ongetwijfeld te verklarenuit bepaalde teoretiese manko's, waarvan met name de onjuiste interpretatie van hetindividualisme-beginsel binnen het anarchisme genoemd kan worden, waar ditbeginsel immers al te vaak verward werd met het ontbreken vanverantwoordelijkheid. De aanhangers van deze interpretatie exploiteren dit beginselvan individualisme in feite voor zichzelf als excuus voor de chaotiese toestand van deanarchistiese beweging, daarbij krampachtig verwijzend naar de zogenaamdonveranderlijke uitgangspunten van het anarchisme en zijn voormannen. Maar de'onveranderlijke' uitgangspunten en de voormannen laten juist het tegengestelde zien:versnippering van krachten werkt ruïneus, terwijl hechte vereniging dynamies is. Ditvereiste voor sociale strijd geldt evenzeer voor klassen als voor organisaties. Anarchisme is noch een utopie noch een abstrakt filosofies idee. Anarchisme iseen sociale beweging van de werkende massa. Daarom moet het zijn krachtenbundelen in voortdurende agiterende organisatie op basis van de reele enstrategiese eisen van arbeidersstriid. In zich inleiding bij Bakoenin's brochure overde Commune van Pards (editie van 1892) stelt Kropotkin al: ,,Wij zich ervanovertuigd dat de formatie van een anarchistiese organisatie in Rusland wenselijk,zelfs uitermate noodzakelijk is en allerminst afbreuk doet aan de algemenerevolutionaire taak". Ook Bakoenin zelf keerde zich nooit tegen het konsent van eenalgemene anarchistiese organisatie. Zowel zich aspiraties ten aanzien vanorganisaties als zijn activiteiten in de Eerste Internationale geven ons integendeel hetvolste recht hem te beschouwen als een aktief voorstander van juist zo'n organisatie.In het algemeen hebben trouwens vrijwel alle aktieve anarchisten gevochten tegenversnippering en hun hoop gesteld op een anarchistiese beweging die dooreenheid van doel en middelen aaneengesmeed zou zijn. Tijdens de russiese revolutie van 1917 werd de behoefte aan een algemeneorganisatie het sterkste gevoeld. Op dat moment vertoonde de libertaire bewegingenorme verdeeldheid en verwarring. Het ontbreken van een algemene organisatiedreef heel wat anarchistiese aktivisten in de bolsjewistiese rijen. Dit ontbreken is ooknu de oorzaak van de passiviteit van vele strijdbare anarchisten die een optimale inzetvan hun krachten - die vaak aanzienlijk zijn - belemmerd zien. We hebben enormebehoefte aan een organisatie die de meerderheid van de betrokkenen in deanarchistiese beweging omvat en een algemene, taktiese en politieke lijn in hetanarchisme brengt die zou moeten dienen als leidraad voor de hele beweging. Hetwordt tijd dat het anarchisme het moeras van de desorganisatie verlaat, een eind maaktaan de eindeloze aarzelingen omtrent de belangrijkste taktiese en teoretiese problemen,resoluut gaat werken aan een duidelijk herkenbaar doel en een georganiseerdekollektieve praktijk tot stand gaat brengen. Maar het is niet genoeg om de absolutenoodzaak van een dergelijke organisatie vast te stellen: we moeten ook de methodevoor haar vorming uitwerken. Het ,,syntese-konsept", de hereniging van representanten van diverse stromingenbinnen het anarchisme, verwerpen we als teoreties en prakties ongerijmd. Eendergelijke organisatie, die in teoreties en Frakties opzicht uitgesproken heterogeneelementen zou inkorporeren, zou maar een mechaniese verzameling van individuenzijn die stuk voor stuk een andere konsepsie hebben van de anarchistiese problemen.Op het kritieke moment zou zo'n club onvermijdelijk uit elkaar spatten. Ook deanarcho-syndikalistiese metode lost het probleem van anarchistiese organisatie nietafdoende op, door er namelijk geen prioriteit aan te verlenen en zich alleen teinteresseren in infiltratie en de verovering van een krachtige positie in het industriëleproletariaat. Op dit terrein kan evenwel geen werkelijk resultaat worden geboektzonder een algemene anarchistiese organisatie. Volgens ons is de enige methode die naar de oplossing van het probleem vanalgemene organisatie leidt het verenigen van aktieve anarchistiese strijders op basisvan exakte posities; teoreties, fakties en organisatories op basis van een homogeenprogramma. Het uitwerken van zo'n programma is een van de belangrijkste takendie de sociale strijd van de afgelopen jaren aan anarchisten heeft opgelegd. Het isook deze taak, waaraan de groep russiese anarchisten in ballingschap een groot deelvan haar krachten wijdt. Het organisatoriese Platform dat wij hier aanbieden geeft de grote lijnen van zo'nprogramma aan. Het zou moeten dienen als de eerste stap naar de vereniging vanlibertaire krachten in een aktief en strijdbaar revolutionair kollektief: de AlgemeneAnarchistiese Bond. Zonder twijfel zullen er lakunes in dit platform blijken te zitten,zoals nu eenmaal alle nieuwe koncepten kinderziektes vertonen. Mogelijk ontbreken bepaalde stellingen, zijn andere ontoereikend uitgewerkt en zijnweer andere te gedetailleerd of zichzelf herhalend. Mogelijk, maar niet van vitaalbelang. Belangrijk is het aangeven van de grondslagen van algemene organisatie;daarin althans bedoelt dit platform te voorzien. Het is aan het uiteindelijke kollektief,de Algemene Anarchistiese Bond, dit alles uit te breiden, de verder noodzakelijkediepgang te verschaffen en er een definitief platform voor de gehele anarchistiesebeweging van te maken. Ook op een ander punt maken wij ons geen illusies: we voorzien dat representantenvan het zogenaamde individualisme en van het chaotiese anarchisme onsschuimbekkend zullen attaqueren en zullen beschuldigen van aanranding vananarchistiese beginselen. We weten evenwel dat deze individualististiese en chaotieseelementen onder Anarchistiese beginselen" politieke onverschilligheid, verwaarlozingen gebrek aan verantwoordelijkheid verstaan en dat deze faktoren bijna ongeneeslijkescheuringen in onze beweging hebben veroorzaakt. Daartegen vechten wij juist metalle energie en hartstocht die in ons is. Vandaar dat we aanvallen uit dit kamp bijvoorbaat gelaten over ons heen zullen laten gaan. We vestigen onze hoop op anderestrijders, die trouw blijven aan de essentie van het anarchisme, maar de tragedie van deanarchistiese beweging hebben meegemaakt en daaronder gebukt gaan; op die strijdersdie moeizaam naar een uitweg zoeken. En daarnaast vestigen we onze hoop op dejonge anarchisten die, geboren in de adem van de russiese revolutie en dadelijkmiddenin konstruktieve problemen verzeild, vast en zeker de realisatie van positieve enorganisatoriese uitgangspunten in het anarchisme zullen eisen. Alle over de gehele wereld verspreide anarchistiese organisaties, alsmede allegeïsoleerde anarcho-strijders nodigen wij uit zich te verenigen op basis van ditalgemene organisatotiese platform. Moge dit platform dienen als revolutionaireruggegraat, als trefpunt van de anarchistiese beweging. Moge het de basis vormenvan de algemene Anarchistiese Bond. Leve de sociale revolutie van alle arbeiders ter wereld! De Dielo Trouda groep. Parijs, 20 juni 1926 DE KLASSENSTRIJD, ZIJN ROL EN ZIJN BETEKENIS Een enkelvoudig mensdom is er niet. Er is een mensdom in klassen: slaven en meesters. Evenals alle maatschappijen die er aan vooraf zijn gegaan, vormt ook de kapitalistiese bourgeois-maatschappij in onze tijd geen geheel. Zij is verdeeld in twee aparte kampen, die zich in sociaal opzicht van elkaar onderscheiden door hun situatie en hun funksie: het proletariaat (in de volle betekenis van het woord) en de bourgeoisie. Sinds eeuwen is het lot van het proletariaat gelegen in torsing van de last van zware fysieke arbeid. De vruchten van deze arbeid worden evenwel niet door het proletariaat geplukt maar door een andere, geprivilegieerde, klasse. Een klasse die eigen bezit heeft, machtig is en de voortbrengselen van de kultuur (wetenschap, onderwijs, etc.) in handen heeft: de bourgeoisie. De basis waarop de moderne maatschappij is gegrondvest en zonder welke zij niet zou kunnen bestaan wordt gevormd door sociale onderwerping en uitbuiting van de werkende massa. Deze situatie levert een klassenstrijd op die nu eens een openlijk gewelddadige vorm aanneemt, dan weer onmerkbaar en kalm verloopt, maar die inhoudelijk steeds gericht is op de omvorming van de bestaande maatschappij in een samenleving die gehoor geeft aan de zorgen en noden van de arbeiders en beantwoordt aan hun opvatting van rechtvaardigheid. De gehele geschiedenis van de mensheid vertoont in sociaal opzicht een ononderbroken aaneenschakeling van strijd van de werkende massa voor haar rechten, vrijheid en een beter leven. De klassenstrijd is in de geschiedenis van de menselijke samenleving steeds de voornaamste faktor geweest, die de vormen de struktuur van deze samenlevingen bepaalde. Het sociale en politieke regime van elk land is allereerst resultaat van klassenstrijd. De gegeven struktuur van welke samenleving dan ook laat ons de toestand zien waarin de klassenstrijd is blijven steken of waarin hij zich bevindt. Ook de geringste verandering in het verloop van de klassenstrijd en in de wederzijdse situatie van de strijdende klassen veroorzaakt dadelijk wijzigingen in het netwerk en de struktuur van de samenleving. Dit is de algemene, universele strekking en de betekenis van de klassenstrijd in een klassenmaatschappij. DE NOODZAAK VAN EEN GEWAPENDE SOCIALE REVOLUTIE Het beginsel van de gedwongen onderwerping en uitbuiting van de massa vormt nog altijd de basis van de moderne maatschappij. Alle uitingen van haar bestaan - ekonomie, politiek, sociale verhoudingen - berusten op het geweld van de klasse die als dienstorganen de overheid, de politie, het leger en de rechterlijke macht heeft. In deze orde is alles, van elke afzonderlijke onderneming tot zelfs het hele staatssysteem, onderdeel van het kapitalisties bolwerk vanwaaruit men steeds de arbeiders bespiedt, waar men steeds krachten paraat houdt om elke beweging van de arbeiders die de grondvesten of ook maar de rust van de huidige samenleving bedreigt in de kiem kunnen smoren. Tegelijkertijd houdt het systeem van deze orde de werkende massa met opzet in een toestand van onwetendheid en geestelijke stilstand, houdt het met alle geweld de morele en intellectuele ontwikkeling van de massa tegen, om het gelijk wat gemakkelijker aan zijn kant te krijgen. De vorderingen van de moderne maatschappij - de techniese ontwikkeling binnen het kapitaal en de perfektionering van het politieke systeem - versterken de macht van de heersende klassen en maken de strijd tegen hen almaar moeilijker, waardoor het beslissende moment van de emancipatie van de arbeid wordt uitgesteld.Door analyse van de moderne maatschappij komen wij tot de konklusie dat er slechts een weg (is) om de kapitalistiese maatschappij te veranderen in een samenleving van vrije arbeiders: de weg van de gewapende sociale revolutie. ANARCHISME EN REVOLUTIONAIR ANARCHISME De klassenstrijd, ontstaan door de slavernij van de werkers en hun verlangen naar vrijheid, deed in kringen van de onderdrukten de idee van het anarchisme opkomen: de idee van totale ontkenning van het maatschappelijk systeem van klassen en de Staat, de idee dit systeem te vervangen door een vrije en staatloze samenleving van vrije arbeiders die zichzelf besturen. Het anarchisme ontstaat dus niet uit abstrakte beschouwingen van een geleerde of filosoof maar uit de direkte strijd van de werkers tegen het kapitaal, uit hun zorgen en verlangens, uit hun streven naar vrijheid en gelijkheid, - verlangens die vooral diep gevoeld worden tijdens de beste heroïese perioden van het leven en de strijd van de werkende massa. De anarchistiese denkers bij uitstek - Bakoenin, Kropotkin en anderen - hebben de idee van het anarchisme niet ,,bedacht" maar het bij de massa ontdekt en eenvoudig door de kracht van hun denken en hun kennis bijgedragen het nader te omschrijven en te verbreiden. Anarchisme is noch resultaat van persoonlijke inspanningen noch voorwerp van individueel denken. Het is evenmin enigerlei produkt van menslievende verlangens. Een enkelvoudig mensdom bestaat niet. Elke poging om van het anarchisme een attribuut van het huidige mensdom te maken, het een algemeen menselijk karakter toe te schrijven, zou een historiese en sociale leugen zijn die onvermijdelijk zou uitlopen op een rechtvaardiging van de status quo en van een nieuwe vorm van uitbuiting. Het anarchisme is in algemeen menselijk opzicht in die zin uniek, dat de idealen van de werkende massa het leven van alle mensen beogen te verbeteren en dat het lot van de mensheid van morgen hecht verbonden zal zijn met dat van de onderworpen arbeiders nu. Als de werkende massa overwint zal de gehele mensheid herboren worden. Overwint ze niet, dan zullen als tevoren geweld, uitbuiting, slavernij en onderdrukking de wereld beheersen. Ontstaan, ontplooiing en realisering van de anarchistiese idealen zijn geworteld in leven en strijd van de werkende massa, zijn onlosmakelijk met haar lot verbonden. Het anarchisme beoogt de huidige kapitalistiese bourgeoismaatschappij te veranderen in een samenleving die de arbeiders de produkten van hun werk, vrijheid, onafhankelijkheid, sociale- en politieke gelijkheid waarborgt. Deze andere maatschappij zal verankerd liggen in het revolutionaire anarchisme. Sociale solidariteit en persoonlijke vrijheid komen in het revolutionaire anarchisme tot volledige ontplooiing in harmoniese ontwikkeling. Het revolutionaire anarchisme beschouwt arbeid, zowel lichamelijke als geestelijke, als enige "schepper" van sociale waarden. Het hele ekonomiese en sociale leven behoort dan ook uitsluitend door de arbeid beheerd te worden. Daarom kan het bestaan van niet-werkende klassen noch gewettigd noch geduld worden. Zolang zulke klassen tegelijkertijd met het revolutionaire anarchisme bestaan zullen jegens deze klassen geen plichten worden erkend. Dit zal pas mogelijk worden wanneer de niet-werkende klassen besluiten produktief te worden en willen leven in de revolutionaire anarchistiese maatschappij op dezelfde voorwaarden en dezelfde plaatsen als ieder ander, dus als vrij lid van de maatschappij met dezelfde rechten en plichten als alle andere werkers. Het revolutionaire anarchisme streeft naar afschaffing van alle uitbuiting en afschaffing van alle geweld, zowel ten aanzien van het individu als van de massa. Met dit streven legt het een ekonomiese en sociale basis voor de vereniging van het gehele ekonomiese en sociale leven van het land, waarborgt het een ieder een situatie als die van elkander, brengt het iedereen maximaal welzijn. Deze basis omvat, in de vorm van socialisatie, de gemeenschappelijke verwerving van alle produktiemiddelen en -instrumenten (industrie, transport, grond, primaire grondstoffen, etc.) en de oprichting van ekonomiese organen naar het beginsel van gelijkwaardigheid en zelfbestuur. Binnen het kader van deze door de arbeiders zelf bestuurde maatschappij benadrukt het revolutionaire anarchisme het beginsel van gelijke waarde en rechten van elk persoon (niet van de persoonlijkheid "in het algemeen" en evenmin van de "mystieke persoonlijkheid" of welke konceptie van de persoonlijkheid ook, maar van elk konkree individu). Uit dit gelijkheidsprincipe en uit het feit dat arbeidswaarde gemeten noch geschat kan worden, vloeit het fundamentele ekonomiese, sociale en juridiese principe van het revolutionaire anarchisme voort: "ieder naar zijn kunnen en behoeven". VERWERPING VAN DE DEMOKRATIE De demokratie is een van de burgerlijke, kapitalistiese maatschappijvormen. Uitgangspunt van de demokratie is de bestendiging van twee tegenover elkaar staande klassen - de arbeidersklasse versus de kapitalistiese klasse - en hun kollaboratie op basis van het kapitalistiese prive-eigendom. De uitdrukking van deze kollaboratie is het parlement en de nationale vertegenwoordigende regering. Formeel verkondigt de demokratie vrijheid van spreken, persvrijheid, vrijheid van vereniging en gelijkheid van allen voor de wet. In werkelijkheid zijn deze vrijheden zeer beperkt: zij worden getolereerd zolang ze niet botsen met de belangen van de heersende klasse, dus van de bourgeoisie. De demokratie houdt het principe van kapitalisties prive-eigendom in stand. Dat geeft de bourgeoisie de mogelijkheid de gehele ekonomie van het land te beheersen, de pers, het onderwijs, de wetenschap en de kunst: het verschaft de bourgeoisie het absolute heer- & meesterschap over het land. Bezit de bourgeoisie op ekonomies gebied het monopolie, dan kan zij ook op politiek terrein ongehinderd haar macht doen gelden. En inderdaard, in de demokratieën zijn de vertegenwoordigende regering en het parlement slechts uitvoerende organen van de bourgeoisie. De demokratie is dan ook niet meer dan een van de aspekten van de bourgeois-diktatuur, die schuilgaat achter bedrieglijke leuzen over politieke vrijheden en uit de lucht gegrepen demokratiese waarborgen. VERWERPING VAN HET GEZAG De ideologieën van de bourgeoisie definiëren de staat als het orgaan dat de ingewikkelde politieke, burgerlijke en sociale betrekkingen tussen mensen in een moderne maatschappij regelt, de orde handhaaft en de wetten beschermt. Anarchisten kunnen het met deze definitie wel eens zijn, maar kompleteren hem door erop te wijzen dat aan die orde en aan die wetten de onderwerping ten grondslag ligt van een enorme meerderheid van het volk aan een onbeduidende minderheid en dat de staat juist daarvan instrument is. De staat is tegelijkertijd het georganiseerde geweld en het uitvoerend systeem van de bourgeoisie tegenover de arbeiders. De linkse socialisten en vooral de bolsjewieken beschouwen het gezag en de burgerlijke staat eveneens als dienaren van het kapitaal. Maar zij zich van mening dat het gezag en de staat in handen van socialistiese partijen een machtig middel kunnen worden in de strijd om de emancipatie van het proletariaat. Om deze reden zijn deze partijen voor een socialisties gezag en een proletariese staat. Sommigen willen de macht veroveren langs vreedzame weg (de sociaal-demokraten), anderen via een revolutie (de bolsjewieken, de links-revolutionaire socialisten). Het anarchisme beschouwt deze beide tesen fundamenteel onjuist en funest voor het werk ter emancipatie van de arbeid. Gezag is altijd gekoppeld aan uitbuiting en onderwerping van het volk. Gezag ontstaat uit deze uitbuiting of wordt in het belang ervan gekreeerd. Gezag zonder geweld en zonder uitbuiting verliest zijn bestaansgrond. Staat en gezag doden bij het volk het initiatief, de kreativiteit en de vrije aktiviteit en kweken daardoor een slaafse geest van onderworpenheid, afwachten, ambitie te stijgen op de maatschappelijke ladder, blind vertrouwen in de leiders, illusie te delen in het gezag. De emancipatie van de arbeiders is echter slechts mogelijk door direkte revolutionaire strijd van de werkende klasse en haar organisaties tegen het kapitalistiese systeem. De verovering van de macht door de socioal-demokratiese partijen, langs parlementaire weg, zal onder de huidige omstandigheden de emancipatie van de arbeiders geen stap dichter bij brengen, om de eenvoudige reden dat de feitelijke macht - en dientengevolge het feitelijk gezag - blijft berusten bij de bourgeoisie, die daarmee de gehele politiek en ekonomie van het land in handen houdt. De rol van het socialistjes gezag zal zich in dit geval bepalen tot verbeteringen in het voordeel van hetzelfde bourgeois-regime. Het naar de macht grijpen ten behoeve van een sociale omwenteling en de organisatie van een zogenoemde "proletariese staat" kan de goede zaak van de werkelijke bevrijding van de arbeiders niet dienen. Die staat, die er vooral zou zijn om zogezegd de revolutie te verdedigen, komt onvermijdelijk aan zijn eind door zijn inherente behoeften en eigenaardigheden zodanig op te blazen dat de staat doel op zichzelf wordt. Die staat brengt dan speciale bevoorrechte standen voort wier bestaan eenvoudig afhankelijk is van de mate waarin ze erin slagen de staat te behouden en uit te breiden. De massa wordt met geweld aan de staatsbehoeften en aan die van de bevoorrechte standen onderworpen: zo herstelt die staat dan ook het uitgangspunt van het gezag in de kapitalistiese staat, de gebruikelijke gewelddadige onderwerping en uitbuiting van de massa (kijk maar naar de "arbeiders- en boerenstaat" van de bolsjewieken). DE MASSA EN DE ANARCHISTEN IN DE SOCIALE STRIJD EN IN DE SOCIALE REVOLUTIE De essentiële krachten in de sociale revolutie vormen de arbeiders, de boeren en een deel van de werkende intelligentie. Hoewel de werkende intelligentie evenals het stedelijk- en boerenproletariaat een onderdrukte en uitgebuite klasse is, vormt de intelligentie minder een eenheid door de ekonomiese voorrechten die de bourgeoisie een deel van die klasse toekent. Daarom zullen slechts de minst welgestelden onder de intelligentie een aktief aandeel leveren wanneer het uur van de revolutie is aangebroken. De anarchistiese opvatting van de rol van de massa in de sociale revolutie en in de opbouw van het socialisme verschilt aanzienlijk van die van de staatspartijen.Terwijl de bolsjewieken en aanverwante stromingen van mening zijn dat de werkende massa niet dan destruktieve revolutionaire instinkten bezit en daardoor niet in staat is tot enige kreatieve, opbouwende revolutionaire aktiviteit (voornaamste reden voor het bolsjewisme om te menen dat die aktiviteit in handen moet zijn van mensen die het bestuur van de staat of het centraal komitee van de partij vormen), vinden de anarchisten daarentegen dat de werkende massa enorme kreatieve en opbouwende kapaciteiten in zich heeft: anarchisten streven er naar alle hindernissen, die uiting van die kapaciteiten beletten, uit de weg te ruimen. De anarchisten beschouwen de staat nu als de belangrijkste hindernis, de staat die op alle rechten van de massa doorlopend inbreuk maakt en haar alle funksies van het ekonomiese en sociale leven ontneemt. De staat moet vernietigd worden niet "ooit" maar direkt. Zij moet door de arbeiders in het eerste uur van hun overwinning omver worden gehaald en mag in geen enkele vorm worden hersteld. De staat zal worden vervangen door een federalisties systeem van produktie- en konsumpsie-organen in handen van arbeiders die federaal zijn verenigd en zichzelf besturen. Dit systeem sluit en de organisatie van het gezag uit en de diktatuur van welke partij dan ook. De russiese revolutie laat een dergelijk verloop van dit proces van sociale bevrijding heel duidelijk zien in het ontstaan van het systeem van sowjets van arbeiders en boerenraden. De trieste fout was, dat de macht van de staat niet op het juiste moment was opgeheven. De bolsjewieken, profiterend van het vertrouwen van de arbeiders en de boeren, reorganiseerden de burgerlijke staat naar de omstandigheden van dat ogenblik en smoorden vervolgens door toedoen van deze staat de kreatieve aktiviteit van de massa, onderdrukten de vrije bestuursvorm van de sowjets die het eerste stapje waren op weg naar een staatloze socialistiese maatschappij. Het optreden van de anarchisten kan worden verdeeld in twee perioden: die van voor de revolutie en die van tijdens de revolutie. In beide perioden zullen de anarchisten hun aandeel slechts kunnen leveren in de vorm van een georganiseerde beweging, met een nauwkeurige opvatting over het doel van de strijd en de methoden waarmee dat doel bereikt kan worden. De fundamentele taak van de Algemene Anarchisten Bond moet in de periode voor de revolutie zijn: de arbeiders en boeren op die sociale revolutie voor te bereiden. Door de formele burgerlijke demokratie, gezag en staat te verwerpen en in plaats daarvan de totale bevrijding van de werkers te proclameren, accentueert het anarchisme de rigoreuze opvattingen van klassestrijd; het anarchisme wekt in de massa het klassebewustzijn en de revolutionaire onverzoenlijkheid op en ontwikkelt die. Dat is precies de sfeer die de libertaire opvoeding van de massa moet ademen: een anti-demokratiese en tegen de staat gekeerde sfeer, uitgaande van de revolutionair anarchistiese ideeen en de onverzoenlijkheid der klassen. Maar opvoeding alleen is niet voldoende. Een zekere anarchistiese organisatie van de massa is noodzakelijk. Om die te realiseren moet in twee richtingen worden gewerkt: enerzijds in de richting van seleksie en bundeling van revolutionaire krachten van arbeiders en boeren op teoretiese revolutionair anarchistiese basis (eigen organisaties) en anderzijds in de richting van hergroepering van arbeiders en boeren op een ekonomiese basis van produktie en konsumpsie (produksie-organisaties, koöperaties etc.). Een klasse van arbeiders en boeren die zijn georganiseerd op basis van produksie en konsumpsie en die is doordrongen van de uitgangspunten van het revolutionaire anarchisme, zal de beste pijler van de sociale revolutie zijn. Hoe bewuster deze groepen worden en hoe meer ze zich van meet af anarchisties organiseren, des te beter zullen zij in staat zich een onstuitbare kreatieve libertaire wilskracht aan de dag te leggen, zodra het uur van de revolutie is aangebroken. De rol van de anarchisten tijdens de revolutie mag zich evenmin beperken tot louter propaganda voor anarchistiese ideeën en leuzen. Het leven moet als een strijdtoneel zijn niet alleen door propaganda van die of die opvatting, maar ook, evenzeer, door de werkelijke strijd, door strategie en door werken aan plannen die betrekking hebben op het sociale en ekonomiese leven. Het anarchisme moet de vooraanstaande idee van de sociale revolutie zijn, want alleen door de teoretiese basis van het anarchisme zal de revolutie kunnen uitmonden in de totale bevrijding van de werkers. Deze vooraanstaande positie van de anarchistiese ideeën houdt een anarchistiese koers in. Men moet deze teoretiese macht evenwel niet verwarren met de politieke leiding van de staatspartijen, die immers altijd uitmondt in staatsmacht. Het anarchisme streeft noch naar verovering van politieke macht noch naar diktatuur. Het voornaamste streven is de massa te begeleiden op de weg naar de sociale revolutie en de opbouw van een socialistiese maatschappij. Maar het inslaan van die weg is voor de massa niet voldoende; de koers moet worden volgehouden, het doel niet uit het oog verloren: afschaffing van de kapitalistiese maatschappij in naam van de vrije arbeiders. Zoals de ervaring van de russiese revolutie van 1917 ons heeft geleerd is deze taak verre van eenvoudig door de talloze partijen die proberen de beweging een andere richting op te sturen dan die van de sociale revolutie. Hoewel de massa zich in de sociale bewegingen diepgaand uitdrukt in anarchistiese stromingen en leuzen, blijven deze toch versnipperd omdat ze niet worden gekoördineerd en dan ook niet leiden tot een bundeling van de stuwende kracht van libertaire ideeën. Deze teoretiese, stuwende kracht kan zich slechts doen gelden in een speciaal op dit doel gericht en door de massa gevormd kollektief. De georganiseerde anarchistiese groeperingen vormen tezamen exakt dit kollektief. De teoretiese en praktiese taken van dit kollektief zijn zeer omvangrijk op het moment van de revolutie: het moet het initiatief tonen en een volledig aandeel leveren in alle facetten van de sociale revolutie: de algemene koers en het karakter van de revolutie, de opbouwende faktor op het vlak van het nieuwe produksie- en konsumpsiesysteem, van de burgeroorlog, de verdediging van de revolutie, het agrariese vraagstuk, etc. In al deze en vele andere kwesties verlangt de massa een helder en afdoend antwoord van de anarchisten. En zodra de anarchisten een plan aanprijzen voor de revolutie en de struktuur van de maatschappij zijn zij verplicht zorgvuldig te antwoorden, de oplossing van de problemen aan de algemene opvatting van het revolutionaire anarchisme te verbinden en al hun krachten te wijden aan de daadwerkelijke ten uitvoerlegging. Alleen als dit inderdaad het geval is, maken de Algemene Anarchistiese Bond en de anarchistiese beweging hun teoretiese stuwende funksie volledig waar. DE OVERGANGSPERIODE De socialistiese politieke partijen verstaan onder de term "overgangsperiode" een bepaalde fase in het bestaan van een volk die wordt gekenmerkt door het breken met de oude gang van zaken en het instellen van een nieuw ekonomies en politiek systeem, dat evenwel nog niet de totale emancipatie van de arbeiders behelst. In deze zin zijn ook alle programma's van de socialistiese politieke partijen, zoals het demokratiese programma van de opportunisten-socialisten of het programma betreffende de "diktatuur van het proletariaat" van de kommunisten, programma's van de overgangsperiode. Het essentiële kenmerk van deze minimumprogramma's is dat alle partijen van mening zijn dat de totale verwezenlijking van de arbeidersidealen - hun onafhankelijkheid, hun gelijkheid, hun vrijheid - vooralsnog onmogelijk is. Dientengevolge behouden al deze programma's een aantal instellingen van het kapitalistiese systeem: het beginsel van de staatsdwang, prive-eigendom van produktiemiddelen en -instrumenten, het loonstelsel en allerlei andere zaken, alnaar gelang het doel waarop dit of dat programma van de partijen betrekking heeft. De anarchisten zijn altijd tegenstanders geweest van dergelijke programma's, omdat zij menen dat het instellen van overgangssystemen die vasthouden aan de uitbuiting en onderdrukking van de massa onvermijdelijk leidt tot een nieuwe vorm van slavernij. In plaats van het instellen van politieke minimumprogramma's, zijn de anarchisten altijd voorstanders geweest van de idee van de direkte sociale revolutie, die de kapitalistiese klasse haar ekonomiese en sociale voorrechten ontneemt en de produktiemiddelen en -instrumenten, evenals alle funksies van het ekonomiese en sociale leven weer in handen doet komen van de arbeiders. En tot op de huidige dag zijn de anarchisten deze mening toegedaan. De idee van een overgangsperiode, waardoor de sociale revolutie niet tot een werkelijk kommunistiese maatschappij leidt, maar tot een systeem-X dat sporen en overblijfselen van het oude kapitalistiese systeem bevat, is in wezen anti-sociaal. Het dreigt te leiden tot versterking en ontwikkeling van die overblijfselen tot hun vroegere afmetingen en draait aldus de geschiedenis terug. Een frappant voorbeeld hiervan is het regime van de "diktatuur van het proletariaat" zoals dat door de bolsjewieken in Rusland werd gevestigd. Volgens hen moest dit regime slechts een overgangsfase zijn op weg naar het totale kommunisme. In werkelijkheid heeft deze fase geleid tot herstel van de klassenmaatschappij, waarvan de onderste sporten net als voorheen worden ingenomen door de arme arbeiders en boeren. De kern in de opbouw van de anarchistiese maatschappij is niet gelegen in de mogelijkheid ieder mens vanaf de eerste dag van de revolutie onbeperkte vrijheid te verzekeren in het bevredigen van zijn verlangens, maar in de verovering van de sociale basis van die maatschappij en het vestigen van gelijke onderlinge verhoudingen tussen mensen. Het voornaamste uitgangspunt bij de oprichting van de nieuwe maatschappij, waarop de samenleving in feite zal berusten, is dat van gelijkheid van onderlinge verhoudingen, vrijheid en onafhankelijkheid; een uitgangspunt waaraan in geen geval getornd mag worden. Welnu, dit punt bevat precies de eerste fundamentele eis van de massa, in naam waarvan zij zich opmaakt om de strijd te strijden. Twee mogelijkheden doen zich dan voor: of wel, de sociale revolutie loopt uit op een nederlaag voor de arbeiders - en in dat geval moeten zij opnieuw beginnen met zich voor te bereiden op de strijd, op een nieuwe aanval op het kapitalisties bastion - of wel, de revolutie brengt de arbeiders aan de overwinning en in dat geval hebben de arbeiders alle middelen tot hun beschikking - grond, produksiemiddelen en sociale funksies - die hen de kans bieden zichzelf te besturen en een begin te maken met de opbouw van de vrije maatschappij. In deze ontwikkelingen ligt het karakter van de ontkieming van een waarlijk anarchistiese maatschappij; wanneer de start er eenmaal is zal zij zich onafgebroken kunnen versterken en verbeteren. Aldus trekt de overname van de produktieve en sociale funksies door de arbeiders een exakte scheidingslijn tussen het staats-tijdperk en het staatloze tijdperk. Wil het anarchisme de spreekbuis van de strijdende massa worden, de vlag van een geheel sociaal-revolutionair tijdperk, dan moet het zijn programma niet aanpassen aan overblijfselen van een verouderde wereld, aan opportunistiese tendenzen van overgangssystemen en -perioden - daarmee immers zijn fundamentele uitgangspunten verloochenend, maar integendeel werken aan die uitgangspunten en wel met alle kracht! ANARCHISME EN SYNDIKALISME Wij vinden dat de tendens om het revolutionaire anarchisme en het syndikalisme tegen elkaar op te zetten erg kunstmatig aandoet en in feite kant noch wal raakt. De beginselen van het anarchisme staan eenvoudig op een ander plan dan die van het syndikalisme. Terwijl het doel van de anarchistiese strijd het werkelijke kommunisme - dat wil zeggen de vrije maatschappij van gelijke arbeiders - is, vormt het syndikalisme - dat wil zeggen de beroepsgewijs georganiseerde revolutionaire arbeidersbeweging - slechts een van de expressies van revolutionaire klassenstrijd. Het revolutionaire syndikalisme verenigt de arbeiders op basis van produksie en heeft, zoals overigens niet een andere soortgelijke groepering, geen wereldbeschouwing die een antwoord geeft op alle gekompliceerde sociale en politieke vraagstukken die de hedendaagse werkelijkheid oproept. Het weerspiegelt steeds de ideologie van verschillende politieke groeperingen, vooral van die groepen die het meest intensief in de gelederen van het syndikalisme werken. Onze houding ten aanzien van het revolutionaire syndikalisme vloeit voort uit wat hierboven werd gesteld. Zonder ons hier bezig te houden met het vraagstuk welke rol de revolutionaire vakbewegingen als gevolg van de revolutie zullen gaan spelen, dat wil zeggen te weten te komen of zij de organisatoren zullen zijn van het gehele nieuwe produksieproces of dat ze deze rol zullen overlaten aan de arbeidersraden dan wel de fabrieksraden, zijn wij van mening dat de anarchisten moeten participeren in het revolutionaire syndikalisme, als revolutionaire arbeidersbeweging. De vraag die zich momenteel voordoet is echter niet de vraag of maar hoe de anarchisten moeten participeren in het revolutionaire syndikalisme, en met welk doel. Wij beschouwen de periode die voorafgaat aan het ogenblik waarop de anarchisten als strijders en individuele propagandisten in de revolutionaire syndikalistiese beweging treden als een periode van "betrekkingen tussen de arbeiders" tegenover de beroepsgewijs georganiseerde arbeidersbeweging. Het anarcho-syndikalisme, dat met kracht de libertaire ideeën in de linkervleugel van het revolutionaire syndikalisme probeert in te voeren door het oprichten van op anarchistiese leest geschoeide vakverenigingen, betekent in dit verband een stap in de goede richting; maar deze haalt het niet bij de empiriese metode. Want het anarcho-syndikalisme legt geen enkel verband tussen de "anarchisering" van de syndikalistiese beweging en de bundeling van de anarchistiese krachten buiten deze beweging. Alleen een dergelijk verband maakt het immers mogelijk het revolutionaire syndikalisme te anarchiseren en het te beletten zich tot opportunisme of reformisme te ontwikkelen. Omdat wij het revolutionaire syndikalisme uitsluitend beschouwen als een beroepsgewijze arbeidersbeweging zonder bepaalde sociale of politieke teorie - en die dus niet in staat is het sociale vraagstuk zelfstandig op te lossen - zijn wij van mening dat de taak van de anarchisten in deze beweging in het uitwerken van libertaire ideeën en in de oriëntatie op het anarchisme, teneinde een aktief wapen te kunnen vormen in de sociale strijd. Als het syndikalisme niet tijdig steun vindt in de anarchistiese teorie, zal het zich verlaten op de ideologie van een willekeurige staatspartij. Het franse syndikalisme, dat vroeger uitblonk in anarchistiese leuzen en taktieken maar later onder invloed is gekomen van de bolsjewieken en van rechtse opportunisten-socialisten, is hier een frappant voorbeeld van. De taak van de anarchisten in kringen van de revolutionaire arbeidersbeweging zal evenwel pas resultaat hebben wanneer voldaan wordt aan de voorwaarde dat hun werk nauw is verbonden en verenigd met de aktiviteit van de anarchistiese organisatie die buiten de vakvereniging werkzaam is. Anders gezegd: wij moeten als een georganiseerde groep in de beroepsgewijze revolutionaire beweging treden en voor het werk dat in de vakvereniging tot stand wordt gebracht verantwoording afleggen aan de algemene anarchistiese organisatie, die ook in dezen een orienterende funksie heeft. Zonder ons te beperken tot het oprichten van anarchistiese vakverenigingen moeten we proberen onze teoretiese invloed uit te oefenen op het gehele revolutionaire syndikalisme in al zijn vormen. Dit doel zullen we alleen kunnen bereiken door als een strak georganiseerd anarchisties kollektief aan de slag te gaan en niet in kleine toevallige groepjes waartussen immers geen enkel organisatories verband bestaat noch enige teoretiese overeenkomst. Anarchistiese groeperingen die zich in de ondernemingen en de fabrieken bezighouden met het oprichten van anarcho-syndikaten, die in de revolutionaire vakverenigingen strijd voeren om in het syndikalisme libertaire ideeën in te voeren, - groeperingen die zich in hun strijd oriënteren op een algemene anarchistiese organisatie: daarin ligt de taak en de betekenis van het optreden van anarchisten ten opzichte van het revolutionaire syndikalisme en de revolutionaire beroepsgewijze bewegingen die ermee in verband staan. DE EERSTE DAG VAN DE SOCIALE REVOLUTIE Het fundamentele doel van de strijdende arbeiders is het door middel van de revolutie vestigen van een vrije, naar gelijkheid strevende, anarchistiese maatschappij die berust op het principe: "ieder naar zijn kunnen en behoeven". Deze maatschappij zal er echter niet vanzelf komen, maar uitsluitend door de kracht van de geweldige sociale beroering. De vestiging zal zich voordoen als een min of meer langdurig sociaal-revolutionair proces, gebaand door georganiseerde zegevierende arbeidersgroepen. Onze taak is het, de weg van dit proces nu al te wijzen en de praktijken en konkrete problemen die zich aan de arbeiders zullen voordoen vanaf de eerste dag van de sociale revolutie te formuleren. Het lot van de revolutie hangt af van een juiste oplossing van die problemen. Het spreekt vanzelf dat de vestiging van de nieuwe maatschappij slechts mogelijk zal zijn na de overwinning van de arbeiders op het huidige kapitalistiese bourgeoissysteem en zijn handlangers. Het is onmogelijk aan de opbouw van een nieuwe ekonomie en van nieuwe sociale verhoudingen te beginnen, zolang de macht van de staat die het regime van slavernij in stand houdt niet is gebroken en zolang de arbeiders en boeren niet de industriële en agrariese ekonomie van het land in handen hebben. Het is dan ook de allereerste taak van de sociale revolutie het staatsbestel van de kapitalistiese maatschappij te vernietigen, de bourgeoisie en in het algemeen alle maatschappelijk bevoorrechten de machtsmiddelen te ontnemen en alom de wil van het opstandige proletariaat op te leggen zoals uitgedrukt in de fundamentele beginselen van de sociale revolutie. Dit destruktieve en strijdbare aspekt van de revolutie is noodzakelijk om de weg vrij te maken voor de opbouwende taken die de zin en de betekenis van de sociale revolutie uitmaken. Deze taken zien er als volgt uit: 1. de oplossing in revolutionair anarchistiese zin van het probleem van de industriële produksie; 2. een overeenkomstige oplossing van het agrariese vraagstuk; 3. de oplossing van het konsumpsie-vraagstuk (de bevoorrading). DE PRODUKSIE Rekening houdend met het feit dat de industrie van een land het resultaat is vande inspanningen van verscheidene generaties van arbeiders en dat de diverse takken van industrie nauw met elkaar zijn verbonden, beschouwen wij de gehele huidige produksie als een grote produksiewerkplaats, die volledig toebehoort aan alle arbeiders gezamenlijk en aan niemand in het biezonder. Het produksiemechanisme behoort in zijn geheel beschouwd aan de gehele arbeidersklasse. Deze stelling bepaalt het karakter en de vorm van de nieuwe produksie. In zijn geheel beschouwd: dat wil zeggen dat de produkten die door de arbeiders gemaakt worden aan allen toebehoren. Deze produkten, van welk aard ook, vormen de basis voor de bevoorrading van de arbeiders, waarvan ieder die deelneemt aan de nieuwe produksie datgenen zal ontvangen wat hij nodig heeft, op basis van gelijkheid voor allen. Het nieuwe produksiesysteem schaft het loonstelsel en de uitbuiting in al hun vormen af en voert daarvoor in de plaats het principe van broederlijke en solidaire samenwerking tussen arbeiders in. De middenklasse, die in de moderne kapitalistiese maatschappij bemiddelende en niet-produktieve funksies bekleedt - handel e.d. - moet, evenals de bourgeoisie, deelnemen aan de nieuwe produksie op dezelfde voorwaarde als andere arbeiders. Zoniet, dan plaatsen deze klassen zichzelf buiten de arbeidsmaatschappij. Er zullen geen bazen zijn, noch ondernemers, noch eigenaars, noch staats-eigenaars (zoals het geval in de bolsjewistiese staat). De bestuursfunkties in de nieuwe produksie zullen bekleed worden door administratieve lichamen die speciaal daartoe door de arbeiders worden opgericht: arbeidersraden, fabrieksraden en fabrieks- of ondernemingsbesturen. Deze lichamen zijn onderling verbonden op gemeentelijk, distriks- en landelijk nivo en zullen evenzo gemeentelijke, distriks- en uiteindelijk algemene en federale administratieve instellingen vormen. Ontworpen door de massa en voortdurend onder haar kontrole en invloed zullen zij ook voortdurend worden vernieuwd en aldus de idee van werkelijk zelfbestuur van de massa verwezenlijken. De verenigde produksie waarvan de middelen en de produkten aan allen toebehoren, die het loonstelsel heeft vervangen door het principe van kameraadschappelijke samenwerking en die rechtsgelijkheid heeft ingesteld voor alle producenten; de produksie die geleid wordt door arbeiders-bestuurslichamen, gekozen door de massa: dat is de eerste werkelijke stap op weg naar de verwezenlijking van het revolutionaire anarchisme. DE KONSUMPSIE Het konsumpsie-vraagstuk zal zich tijdens de revolutie in twee vormen aandienen: het onderzoek naar konsumptiegoederen en de verdeling ervan. De oplossing van de problemen bij de verdeling is vooral afhankelijk van de hoeveelheid voorhanden zijnde produkten en de aard ervan. De sociale revolutie, die de rekonstruktie van de gehele huidige sociale gang van zaken op zich neemt, verplicht zich zorg te dragen voor ieders levensbenodigdheden. De enige uitzondering vormt de groep van de pzettelijke niet-werkers, die om kontra-revolutionaire redenen weigeren deel te nemen aan de nieuwe produksie. Maar in het algemeen wordt de behoeftenbevrediging van de bevolking gewaarborgd door de algemene konsumpsievoorraad. Mocht de hoeveelheid produkten niet toereikend zijn, dan worden de produkten verdeeld naar de grootste behoefte: kinderen, zieken en werkende gezinnen gaan voor. Een veel moeilijker probleem zal de organisatie van de konsumpsievoorraad op zich zijn. Ongetwijfeld zullen de steden tijdens de eerste dagen van de revolutie niet de beschikking hebben over alle onontbeerlijke levensprodukten voor de gehele bevolking. Terzelfdertijd zullen de boeren een overschot aan produkten hebben die de stedelingen missen. De revolutionaire anarchisten twijfelen geen ogenblik aan het wederzijdse karakter van de betrekkingen tussen stad en land. Zij zijn van mening dat de sociale revolutie niet anders kan worden gerealiseerd dan door de gezamenlijke inspanningen van arbeiders en boeren. De oplossing van het probleem van de konsumpsie tijdens de sociale revolutie zal dan ook slechts mogelijk zijn wanneer deze beide kategorieën arbeiders hecht en in revolutionaire broederschap zullen samenwerken. Om deze samenwerking tot stand te brengen, moet de werkende klasse in de steden onmiddellijk nadat zij de produksie in handen heeft genomen zorgen voor de leniging van uit deze produksie te dekken levensbehoeften van het platteland. Deze vormen van solidariteit van de arbeiders met de boeren zullen bij de boeren hetzelfde gebaar oproepen, zodat zij op hun beurt voorzien in de plattelandsprodukten voor de steden, in de eerste plaats uiteraard de voedingsmiddelen. Deze koöperaties van arbeiders en boeren zullen de eerste organen zijn die de ekonomiese bevoorrading zullen veiligstellen. Deze koöperaties zullen zich op den duur ontwikkelen tot permanente bevoorradingsorganen. Een dergelijke oplossing van het bevoorradingsvraagstuk stelt het proletariaat in staat een permanente voorraad aan te leggen die op gunstige en beslissende wijze effekt zal sorteren op het lot van de gehele nieuwe produksie. DE GROND De werkende boeren - die niet profiteren van andermans zwoegen - en het bezoldigde plattelandsproletariaat zien wij als belangrijkste revolutionaire en kreatieve krachten in de oplossing van de agrariese kwestie. Zij zullen een nieuwe bewerking van de grond tot stand moeten brengen teneinde deze in revolutionair anarchistiese zin aan te wenden en te exploiteren. Evenals de industrie is de grond het resultaat van de gezamenlijke inspanningen, bewerking en kultivering door opeenvolgende generaties van arbeiders. De grond behoort dan ook aan het gehele werkzame volk en aan niemand afzonderlijk. Als gemeenschappelijk en onvervreemdbaar bezit kan de grond dus niet worden gekocht, verkocht of verpacht: grond kan niet dienen om andermans werk uit te buiten. De grond is ook een soort gezamenlijke volkswerkplaats waar de arbeiders levensmiddelen produceren. Maar het is een type werkplaats waar elke arbeider (boer) er, door bepaalde historiese omstandigheden, aan gewend is geraakt zijn werk zelfstandig te doen, onafhankelijk van andere arbeiders. Terwijl voor de industrie de kollektieve arbeidsmetode wezenlijk noodzakelijk is en feitelijk de enig mogelijke metode, gaat dat niet op voor de landbouw in onze dagen. De meeste boeren bewerken het land met hun eigen middelen. Daarom zal, zodra de grond en de exploitatiemiddelen aan de boeren behoren, de kwestie van vruchtgebruik en exploitatiemogelijkheden (gezamenlijk of prive) niet dadelijk en niet definitief kunnen worden opgelost. Aanvankelijk zal men zowel tot de ene als de andere mogelijkheid zijn toevlucht nemen. De revolutionaire boeren zullen tenslotte zelf de definitieve vorm van exploitatie en vruchtgebruik van de grond vinden. In deze aangelegenheid isgeen enkele pressie van buitenaf mogelijk. Aangezien we van mening zijn dat uitsluitend de anarchistiese samenleving - in naam waarvan immers de sociale revolutie plaatsvindt - de arbeiders uit hun slavernij kan bevrijden en hen de totale vrijheid & gelijkheid brengt; aangezien de boeren de overgrote meerderheid van de bevolking vormen (in Rusland ongeveer85%) en het door de boeren ingestelde landbouwbeheer dus de beslissende faktor in het verloop van de revolutie zal zijn; aangezien tenslotte prive-beheer in de landbouw, evenals prive-industrie onverbiddelijk leidt tot prive-eigendom en opbloei van het kapitaal, zal het niettemin onze plicht zijn vanaf dit moment al het mogelijke te doen om de landbouwkwestie zo goed mogelijk in kollektieve zin op te lossen. Met dit doel voor ogen moeten wij vanaf heden de kollektieve agrariese ekonomie krachtig propageren onder de boeren. De oprichting van een specifiek anarchistiese boerenbond zal deze taak wellicht vergemakkelijken. Ook de techniese vooruitgang zal van enorm belang blijken te zijn, waar immers de ontwikkeling van de landbouw hand in hand met die van de industrie de kollektivisering zal vergemakkelijken. Als de arbeiders in hun relatie met de boeren niet individueel of in aparte groepen, maar in een breed anarchisties kollektief optreden dat alle takken van industrie omvat, als zij daarnaast rekening houden met de levensbehoeften van het platteland en als zij elk dorp gelijktijdig de alledaagse gebruiksvoorwerpen, gereedschappen en machines leveren die nodig zijn voor een kollektieve exploitatie van de grond, dan zou dat de boeren zeker een goede impuls (geven) op weg naar het anarchisme in de landbouw. DE VERDEDIGING VAN DE REVOLUTIE Het vraagstuk van de verdediging van de revolutie heeft ook betrekking op het probleem van "de eerste dag". Het machtigste middel ter verdediging van de revolutie is uiteraard de gelukkige oplossing van de positieve aangelegenheden: produksie, konsumptie, grond. Wanneer deze kwesties eenmaal doeltreffend zijn geregeld, zal geen enkele kontra-revolutionaire macht de vrije arbeidersmaatschappij kunnen veranderen of doen wankelen. Niettemin zullen de arbeiders ondanks alles een harde strijd moeten leveren tegen de vijanden van de revolutie. De sociale revolutie, die de voorrechten en zelfs het bestaan van de niet-werkende klassen in de huidige maatschappij bedreigt, lokt onvermijdelijk bij deze klassen een wanhopig verzet uit, dat de vorm zal aannemen van een hardnekkige burgeroorlog. De russiese ervaring heeft ons geleerd dat zo'n burgeroorlog geen kwestie van maanden maar veeleer van jaren zal zijn. Hoe geslaagd de eerste revolutionaire stappen van de arbeiders ook zullen zijn, de overheersende klassen zullen niettemin nog heel lang verzet plegen. Zij zullen jarenlang keer op keer de aanval inzetten tegen de revolutie om te trachten macht en voorrechten van weleer te herroveren. Een omvangrijk leger, techniek en strategie van de militairen, kapitaal, - alles zal tegen de zegevierende arbeiders in stelling worden gebracht. Om de overtuigingen niet alleen te kunnen behalen maar ook te behouden, moeten de arbeiders revolutionaire verdedigingsorganen in het leven roepen die tegenover de reaktionaire aanval een strijdbare en op deze taak berekende macht zullen kunnen stellen. De eerste dagen van de revolutie zal deze strijdmacht gevormd moeten worden door alle gewapende arbeiders en boeren. Maar deze spontaan gevormde macht zal alleen de eerste dagen van waarde zijn. In dit stadium heeft de burgeroorlog haar hoogtepunt nog niet bereikt en hebben de strijdende partijen nog geen gedisciplineerde militaire organisaties op de been kunnen brengen. In de sociale revolutie is het meest kritieke moment niet het moment waarop het gezag onderdrukt zal zijn, maar het moment direkt daarop, wanneer de strijdkrachten van het verslagen regime een algemene aanval zullen inzetten tegen de arbeiders: dan komt het er op aan de behaalde overwinningen te waarborgen. Het eigen karakter van dit offensief, techniek en ontwikkeling van de burgeroorlog, verplichten de arbeiders bepaalde revolutionaire militaire machten te organiseren. De aard en uitgangspunten van deze formaties moeten tevoren worden bepaald. Omdat wij de autoritaire metoden van de staat afwijzen, verwerpen wij uiteraard eveneens de militaire organisatiewijze van de staat, dus het principe van een op militaire dienstplicht gebaseerde strijdkracht. De vrijwillige dienst is wel in overeenstemming met de anarchistiese opvattingen en deze (moeten) het uitgangspunt zijn voor de militaire arbeidersformaties. De detachementen opstandige partizanen - arbeiders en boeren - die de strijd tijdens de russiese revolutie hebben aangevoerd, kunnen als voorbeeld worden genoemd. De vrijwillige dienst kan evenwel niet opgevat worden als een ongekoordineerde strijd van detachementen arbeiders en boeren tegen de plaatselijke vijand, waarbij niet volgens een vast aksieplan zou worden gehandeld en iedereen naar eigen goeddunken en met risiko's en gevaren voor eigen leven zou optreden. De aksie en de taktiek van de partizanen moeten in de loop van hun volledige ontplooiing worden bepaald door een gezamenlijke revolutionaire strategie.Als elke oorlog kan de burgeroorlog alleen dan met succes door de arbeiders worden gevoerd als wordt uitgegaan van de twee aan elke militaire aksie ten grondslagliggende principes: eenheid in het krijgsplan en eenheid in het gezamenlijk kommando. Het meest kritieke moment in de revolutie zal het moment zijn waarop de bourgeoisie met een georganiseerde macht tegen de revolutie zal oprukken. Dit moment dwingt de arbeiders hun toevlucht te nemen tot de beginselen van de militaire strategie. Aldus moeten de gewapende formaties van de revoluties, gezien de noodzaok van een militaire strategie en gezien ook de strategie van de kontra-revolutie, zonder talmen opgaan in een algemeen revolutionair leger, met een gezamenlijk kommando en een gezamenlijk krijgsplan. Konkreet zullen de volgende uitgangspunten aan dit revolutionaire leger ten grondslag liggen: 1. het klasse-karakter van het leger; 2. de vrijwillige dienst (elke vorm van dwang ten aanzien van het revolutionaire verdedigingswerk zal absoluut uitgesloten zijn); 3. de vrije revolutionaire (zelf-)discipline (de vrijwillige dienst en de revolutionaire zelfdiscipline gaan voortreffelijk samen en versterken het revolutionaire leger in moreel opzicht meer dan in welk staatsleger ook); 4. de volledige ondergeschiktheid van het revolutionaire leger aan de arbeiders en boeren (in de vorm van de verenigde organisaties van arbeiders en boeren, die door de massa op de essentiële posten van het sociale en ekonomiese leven zijn gezet). De organisatie ter verdediging van de revolutie die is belast met de taak de kontra-revolutie te bestrijden - zowel op de open krijgsfronten als op de inwendige fronten van de burgeroorlog (komplotten van de bourgeoisie, kontra-revolutionaire samenzweringen, etc.) - zal volledig ten diepste zijn van de organisaties van arbeiders en boeren en de aldaar uitgestippelde politieke lijn. Dat het leger volgens anarchistiese beginselen op de been moet worden gebracht, wil niet zeggen dat het leger op zich een principiële kwestie vormt. Het leger is de konsekwentie van de militaire strategie tijdens de revolutie, een strategiese maatregel die de arbeiders wel moeten nemen op grond van het karakter van de burgeroorlog. Een maatregel dan ook, die vanaf nu onze volle aandacht en terdege studie verdient om een onherstelbare achterstand in de bescherming en verdediging van de revolutie te voorkomen, want vertragingen in de eerste dagen van de burgeroorlog kunnen funest blijken te zijn voor het verloop van de hele sociale revolutie. DE ANARCHISTIESE ORGANISATIE De algemene konstruktieve stellingen zoals die in het voorgaande gedeelte aan de orde zijn gekomen vormen het organisatoriese platform van de revolutionaire krachten binnen het anarchisme. Dit platform bevat een teoretiese en taktiese orientatie en lijkt ons als zodanig de minimale basis waarop alle aktivisten van de anarchistiese beweging zich noodzakelijkerwijze kunnen organiseren. Het bedoelt dan ook alle krachtige elementen van de anarchistiese beweging in een algemene organisatie bijeen te brengen, aktief en agiterend op permanente basis: de Algemene Anarchistiese Bond. De energie van alle strijdbare anarchisten zou gericht moeten zijn ophet tot stand komen van deze organisatie. Fundamentele beginselen van een Algemene Anarchistiese Bond zouden moeten zijn: 1. Teoretiese eenheid De teorie stelt de kracht voor die de aktiviteiten van personen en groepen langs een bepaalde weg naar een vastgesteld doel leidt. Uiteraard moet dit doel voor alle in de Algemene Bond georganiseerde groepen en personen gemeenschappelijk zijn. Iedere aksie van de Algemene Bond zou zowel in totaliteit als in details in volledige overeenstemming moeten zijn met de teoretiese uitgangspunten. 2. Taktiese eenheid, kollektieve aksie De taktiese metodieken van de afzonderlijke groepen en personen van de Bond dienen evenzo van eenheid te getuigen, dat wil zeggen niet alleen onderling maar ook met de algemene teorie en taktiek van de Bond in absolute overeenstemming. Een gemeenschappelijke taktiese lijn in de beweging is van doorslaggevend belang voor het bestaan van zowel de beweging als de organisatie: zij voorkomt het fatale effekt dat tegenstrijdige taktieken kunnen sorteren, koncentreert alle krachten van de beweging en levert een gemeenschappelijke richting op, afgestemd op eenduidelijk doel. 3. Kollektieve verantwoordelijkheid De gewoonte om voor eigen persoonlijke verantwoordelijkheid op te treden moet scherp veroordeeld worden en uitgebannen uit de gelederen van de anarchistiese beweging. In zowel sociaal als politiek opzicht zijn de sektoren van de revolutionaire samenleving bovenal uitgesproken kollektief van aard. Sociale revolutionaire aksie in deze sektoren kan dus ook niet gebaseerd worden op persoonlijke verantwoordelijkheid van ongebonden aktivisten. Het uitvoerend orgaan van de anarchistiese beweging, de Anarchistiese Bond, neemt een vastberaden houding aan tegenover onverantwoordelijk individualisme en introduceert in zijn rijen het beginsel van kollektieve verantwoordelijkheid: de gehele Bond zal verantwoordelijk zijn voor de politieke en revolutionaire aksie van elk lid, zoals ook elk lid verantwoordelijk zal zijn voor de politieke en revolutionaire aksie van de Bond in zijn geheel. 4. Federalisme Anarchisten hebben altijd afwijzend gestaan tegenover centralisatiese organisaties, zowel op het terrein van de sociale omstandigheden van de massa als in de sektor van de politieke aksie. Het centralisme rekent op de tendentiele vermindering van het kritiese bewustzijn, van het initiatief en de onafhankelijkheid van het individue; het rekent op de blinde ondergeschiktheid van de massa aan het 'centrum'. De inherente en onvermijdelijke gevolgen van het sociale leven en het leven in de partij. Tegenover het centralisme heeft het anarchisme steeds het beginsel van federalisme gesteld en verdedigd. Het federalisme brengt de onafhankelijkheid en het initiatief van individuen en organisatie in overeenstemming met de dienst van de gemeenschappelijke zaak. Met behoud van volledige vrijheid van het individu en met respekt voor zijn exclusieve rechten op een sociaal bestaan biedt het federalisme elk individu optimale ontplooiingskansen. Maar het federalisme is al te vaak gedeformeerd in de anarchistiese rijen: het is te dikwijls uitgelegd als het recht bovenal de eigen 'ego' te manifesteren zonder acht te slaan op verplichtingen tegenover de gemeenschap. Deze verkeerde interpretatie heeft onze beweging in het verleden ontregeld. Het wordt tijd dat we daar een eind aan maken, krachtig en onverzettelijk. Federalisme houdt een vrijwillige overeenkomst in van individuen en organisaties om kollektief aan een gemeenschappelijk doel te werken. Zo'n overeenkomst en de federale bond die daarop wordt gebaseerd heeft evenwel alleen levensvatbaarheid op grond van de sine qua non konditie dat alle participanten de op zich genomen taken volbrengen overeenkomstig de gemeenschappelijk genomen beslissingen. In het kader van sociale aksie kunnen geen rechten zonder verplichtingen bestaan, zoals er geen beslissingen kunnen bestaan zonder dat ze ook uitgevoerd worden. Dit ongeacht de kracht van de federale basis. Voor een anarchistiese organisatie die claimt slechts taken op zich te nemen die gerecht zijn op de sociale verheffing van de arbeiders, geldt dit alles nog temeer. De federale vorm van anarchistiese organisatie waarborgt dus niet alleen de rechten van elk lid op onafhankelijkheid, vrije meningsuiting, individuele vrijheid en initiatief maar eist ook van ieder lid dat vastgestelde organisatoriese plichten in acht worden genomen en overeengekomen beslissingen worden uitgevoerd. Alleen op deze voorwaarde zal het federalisties beginsel levensvatbaar blijken te zijn, zal de anarchistiese organisatie kunnen funksioneren en op het vastgestelde doel kunnen afsteven. Het ontwerp van de Algemene Anarchistiese Bond roept het probleem op van de koördinatie van de uiteenlopende activiteiten van de verscheidene krachten binnen de anarchistiese beweging. Iedere tot de Bond behorende organisatie vertegenwoordigt een vitaal onderdeel van het gemeenschappelijk organisme. Iedere cel zal zijn eigen sekretariaat hebben om de uitvoering en teoretiese begeleiding van het politieke en techniese werk van de organisatie mogelijk te maken. Voor de koördinatie van activiteiten van alle tot de Bond behorende organisaties zou een speciaal orgaan kunnen dienen, het uitvoerend komitee van de Bond. Dit komitee zou de volgende funksies hebben: uitvoering van door de Bond genomen en aan het Komitee overgelaten beslissingen; teoretiese en organisatoriese toetsing van de activiteiten der aangesloten organisaties aan de teoretiese posities en algemeen taktiese lijn van de Bond; verduidelijking van de algemene situatie in de beweging; instandhouding van werkverbanden en organisatoriese strukturen tussen de verschillende organisaties binnen de Bond en met die erbuiten. Rechten, verantwoorde1ijkheden en praktiese taken van het uitvoerend komitee worden vastgesteld door het kongres van de Bond. De Algemene Anarchistiese Bond heeft een konkreet en afgebakend doel. In naam van het slagen van de sociale revolutie moet vooral gekozen worden voor de vereniging van de meest revolutionaire en meest kritiese arbeiders en de boeren. Als propagandist van de sociale revolutie en bovendien als anti-autoritaire organisatie die een klasseloze maatschappij voorstaat steunt de Algemene Anarchistiese Bond op de beide fundamentele klassen van de huidige samenleving: de arbeiders en de boeren. Aan de emancipatie van deze twee klassen wijdt de Bond zijn krachten. Met betrekking tot de vakbonden en de revolutionaire basisorganisaties in de steden zalde Bond wegbereider en teoretiese gids zien te worden. Dergelijke taken zullen eveneens opgenomen worden ten aanzien van de uitgebuite boerenbevolking. Analoog aan de rol van de revolutionaire basisgroepen in de vakbeweging zal gestreefd worden naar de opbouw van een netwerk van ekonomiese boerenorganisaties en de oprichting van een vakbond van boeren, gebaseerd op anti-autoritaire grondbeginselen. Omdat het anarchisme zuiver een zaak van de arbeiders is, moet de Algemene Anarchistiese Bond aan al hun uitingsvormen deelnemen en daarbij steeds solidariteit in aksie voorop stellen. Alleen dan is een goede vervulling van zijn taken, zijn teoretiese en historiese missie in de sociale revolutie mogelijk, alleen dan kan hij georganiseerde initiator van het emancipatieproces worden. BIBLIOGRAFIE NESTOR MACHNO, DE MACHNOVSTSJINA EN HET PLATFORM Adams, A.E. Bolsheviks in the Ukraine. The second campaign, 1918-1919. New Haven/London 1963 Agostino, A.D'. Marxism and the Russian anarchists San Francisco 1977 Altrichter, H. Staat und Revolution in Sowjetrussland 1917-1922/23 Darmstadt 1982 Anonymus Memoires d'un bolchevik-leniniste. Renaissance du bolchevisme en URSS. Paris 1970 Anweiler, O. Les soviets en Russie 1905-1921 Paris 1972 Archinov, P. Les 2 octobres. Paris 1973 Archinov, P. Les problemes constructifs de la revolution sociale. Paris 1973 Archinov, P. (et al) La Plate-forme d'Archinoff (Dielo Trouda). Paris 1980 Arendt, H. On revolution Harmondsworth 1973 Arschinoff, P. Geschichte der Machno-Bewegung (1918-1921) Berlin Arshinov, P. History of the Makhnovist Movement (1918-1921) Detroit/Chicago 1974 Arsinov, P. La Rivoluzione anarchica in Ucraina. Storia del movimento Machnovista (1917--1921) Milano 1972 Arsinov, P. Die Machnobewegung und der Anarchismus. Olten und Freiburg im Breisgau 1972 Arsjinof, P. Geschiedenis van de Machnobeweging. Anarchistische praktijk in de Oekraine, 1918 -1921 Haarlem 1983 Arsjinof, P. Istoria Machnovskogo Dvizjenija, Zaporozje 1995 Arsjinof, P. Anarchisme en de dictatuur van het proletariaat (Russ.). Paris 1931 Arsjinof, P. (e.a.). Organisatorisch Platform van de revolutionaire anarchisten, Groningen 1976 Avrich, P. Makhno and his biographers Amsterdam 1976 Avrich, P. Russian Rebels 1600-1800 New York/London 1976 Avrich, P. Anarchist Portraits Princeton, New Jersey 1988 Avrich, P. Les anarchistes russes, Paris 1979 Avrich, P. La tragedie de Cronstadt 9121, Paris 1975 Avrich, P. (ed.) The anarchists in the Russian Revolution. London 1973 Axelrod, P. Die Entwicklung der social-revoluzionären Bewegung in Russland. 1981 Baechler, J. Vormen van revolutie, Utrecht/Antwerpen 1972 Bakunin, M. Gesammelte Werke. Band 1/3. Berlin 1975 Bannour, W. (red.) Les Nihilistes russes, Paris 1974 Barta Les enfants du prophete. "Histoire du mouvement trotskiste en France". Paris 1973 Baynac, J. La Terreur sous Lenine (1917-1924), Paris 1975 Baynac, J. Les socialistes-revolutionnaires de mars 1881 a mars 1917, Paris 1979 Baynac, J. (e.a.) Sur 1905, Paris 1974 Berkman, A. Le Mythe Bolchevik, suivi d'un chapitre inedit A contre-courant (Anti-climax), Quimperle 1987 Berkman, A. The Russian Tragedy Berkman, A. Nestor Makhno, l'homme qui sauva les bolcheviks, Cruseilles 1984 Berkman, A. Nestor Makhno, l'homme qui sauva les bolsheviks, Paris 1983 Berkman, A. Nestor Machno. Amsterdam 1978 Berkman, A. The Russian Tragedy. Sanday 1979 Berkman, A. De opstand van Kronstadt. Haarlem 1982 Berkman, A. Die Russische Revolution und die kommunistische Partei. Amsterdam 1976 Berkman, A. La revolution russe. Paris 1973 Berkman, A. Die russische Tragoedie. Munchen 1974 Berkman, A. (et al) De Russische revolutie en de communistische partij. Baarn 1979 Berland, P. Makhno's role in the Russian Revolution Berman, P. Quotations from the anarchists. New York/Washington/London 1972 Bezemer, J.W. Een geschiedenis van Rusland. Van Rurik tot Breznjev, Amsterdam 1988 Bluestein, A. (ed.) Fighters for anarchism. Mollie Steimer and Senya Fleshin.1983 Body, M. Les Groupes Communistes Francais de Russie 1918-1921, Paris 1988 Body, M. Un piano en bouleau de Carelie. Mes annees de Russie (1917-1927). Paris 1981 Borschak, E. La legende historique de l'Ukraine. Istorija Rusov. Paris 1949 Brinton, C. The anatomy of revolution New York 1965 Brinton, M. The Bolsheviks & workers' control (1917 to 1921). The state and counterrevolution. London/Detroit 1972 Bruce Lincoln, W. Red Victory. A history of the Russian Civil War, New York 1989 Butt, V. (et al.) The Russian Civil War. Documents from the Soviet Archives, London 1996 Carr, E.H. Socialism in one country 1924 - 1926. Vol. 1/3 Harmondsworth 1970 Carr, E.H. The Bolshevik Revolution 1917 - 1923. Vol. 1/3 Harmondsworth 1971 Chorus, B. Het Archinowplatform Amsterdam 1976 Arbeiderspers Chorus, B. De aktualiteit van het Archinow-Platform Groningen 1977 Cohn-Bendit, G.& Cohn-Bendit,D. Linksradicalisme, remedie tegen een verkalkt communisme Amsterdam 1969 Cole, G.D.H. A history of socialist thought. Vol. 1/4. Vol.4 part 2 Communism and social democracy 1924 - 1934 New York 1969 Comby, L. Histoire du mouvement anarchiste Paris 1978 Constandse, A. De Alarmisten Amsterdam 1975 Constandse, A. Nestor Machno, een tragisch heldendicht Amsterdam 1976 Constandse, A. Anarchisme van de daad - van 1848 tot heden Groningen 1969 Conte, F. Christian Rakovski et l'usage de la force armee dans un mouvement revolutionnaire. Le cas de l'Ukraine (janvier-aout 1919) Paris 1973 Crisenoy, C. de Lenine face aux moujiks Paris 1978 Dahlmann, D. Machno & Zapata. Ein historischer Vergleich zweier revolutionärer Bauerbewegungen und zweier ihrer prägenden Gestalten, Wetzlar 1981 Dahlmann, D. Machnovsjtsjina en Zapatismo Hilversum 1979 Dahlmann, D. Land und Freiheit. Machnovscina und Zapatismo als Beispiele Agrarrevolutionären Bewegungen Stuttgart 1986 Davies, J.C. Toward a theory of revolution 1962 Davies, J.C. When men revolt and why. A reader in political violence and revolution New York 1971 De As Organisatie Groningen 1967 De Vrije Rusland 1917-1922, Rotterdam 1967 Diefenbacher, H. (Hrsg.) Anarchismus. Zur Geschichte und Idee der herrschaftsfreien Gesellschaft, Darmstadt 1996 Dolgoff, S. (ed.) Bakunin on anarchism Montreal 1980 Driessen, J./ Jansen, M.& Roobol, W. (red.) Rusland in Nederlandse ogen. Een bundel opstellen, Amsterdam 1986 Durand, P. Les sans-culottes du bout du monde 1917-1921. Contre-revolution et intervention etrangere en Russie, Moscou 1977 Eeckaute, D. Thesaurus des institutions de l'ancienne Russie (XIe - XVIIIe siecle). Tome I Le monde rural, Paris 1986 Fairbairn, G. Revolutionary guerrilla warfare. The countryside version Harmondsworth 1974 Faure, C. Terre. Terreur. Liberte Paris 1979 Footman, D. Civil War in Russia London 1961 Gately, M.O. (e.a.) Seventeenth-Century peasant "furies": some problems of comparative history. London 1971 Gaucher, R. Opposition in the USSR 1917-1967, New York 1969 Glastra, F. Het anarchisme der Machnovschina. Een aspect van de Russische Revolutie in de Oekraine, Amsterdam 1980 Goerkhe, C. Einige Grundprobleme der Geschichte Russlands im Spiegel der juengsten Forschung, Stuttgart 1986 Goldman, E. Living my life. Vol. 2. New York 1970 Goldman, E. Die Ursachen des Niedergangs der russischen Revolution. Munchen 1974 Goldman, E. Anarchism and other essays. New York 1969 Goldman, E. Pourquoi la revolution russe n'a pas realise ses espoirs. Paris 1973 Gombin, R. The radical tradition. A study in modern revolutionary thought, London 1978 Gorelik, A. Les anarchistes dans la revolution russe. Paris 1973 Greive, H. Die Juden. Grundzüge ihrer Geschichte in Mittelalterlichen und neuzeitlichen Europa, Darmstadt 1982 Grigorenko, P. Memoires. Paris 1980 Groeper, K.J. Die Geschichte der Kosaken, Wilden Osten 1500-1700, Munchen 1976 Grondijs, J.H. Episoden uit den Russischen Revolutie-oorlog, Haarlem 1925 Gropper, W. Zeks un fuftsik Tseichnungen fun rotn Farband. Breda 1981 Groupe des anarchistes russes exiles en Allemagne La repression de l'anarchisme en Russie sovietique. Paris 1975 Groupe d'anarchistes russes a l'etranger La reponse aux confusionnistes de l'anarchisme. Paris 1975 Guerin, D. Het anarchisme Amsterdam 1976 Guerin, D. (red.) Ni dieu ni maitre. Anthologie de l'anarchisme Tome 4. Makhno - Cronstadt - les anarchistes russes en prison - l'anarchisme dans la gurerre d'Espagne. Paris 1976 Haan, J.I. de In Russische gevangenissen. Amsterdam 1986 Heinrich, J-M. Nestor Machno und die Machnowstschina. Berlin 1980 Heinrich, J-M. Die Russische Revolution 1. Die Vorlaufer. Anarchistische Texte 21. Berlin 1980 Heinrich, J-M. Die Russische Revolution III. Die Machno-Bewegung. Texte und Dokumente. Anarchistische Texte 23. Berlin 1980 Heller, K. Russische Wirtschafts- und Sozialgeschichte. Band 1. Die Kiever und die Moskau-er Periode (.9 - 17. Jahrhundert) Darmstadt 1987 Hobsbawm, E.J. Bandieten Amsterdam, 1973 Hobsbawm, E.J. Bandits Harmondsworth, 1972 Holota, W. Le mouvement Machnoviste Ukrainien (1918-1921) et l'evolution de l'anarchisme Europeen a travers le debat sur la plate-forme 1926-1934, 1975 Huhn, W. Trotzki - der gescheiterte Stalin Berlin 1973 Hunczak, T. (ed.) The Ukraine 1917-1921. A study in revolution Cambridge (Mass.) 1977 Hunink, M./ Kloosterman, J.& Rogier, J, (red.) Over Buonarroti, internationale avant-gardes, Max Nettlau en het verzamelen van boeken, anarchistische ministers, de algebra van de revolutie, schilders en schrijvers. Voor Arthur Lehning, Baarn 1979 Huyts, J. De Russische Revolutie Rotterdam Iztok A propos de V. Litvinov Paris, 1984 Iztok Nouvelles du Front - URSS Paris, 1985 Iztok La mort de V. Litvinov Paris, 1986 Iztok Nouvelles du Front - URSS. Le deces de V. Litvinov, Paris 1986 Jansen, M.R. Revolutionair geweld en terreur Amsterdam, 1976 Jar, H. Rusland 1917-1922. De Bolsjewiki en de uitschakeling van de andersdenkende linkse revolutionairen, Rotterdam 1967 Joll, J. The anarchists, Cambridge (Mass.) 1980 Jong, R. de (e.a.) Nationalisme, Bevrijdingsbeweging en anarchistische kritiek, Den Haag 1984 Keep, J.L.H. The Russian Revolution. A study in mass mobilization, New York 1976 Kloosterman, J. (red.) De Russische Revolutie. Rosa Luxemburg - Alexander Berkman - Alexej Borovoj - Emma Goldman - Alexander Schapiro. Baarn 1979 Kloosterman, J. (red.) Kroonstadt 1921. De "Derde" Revolutie. Bussum 1982 Kochan, L. (ed.) The Jews in Soviet Russia since 1917 Oxford 1978 Kolakowski, L. Geschiedenis van het Marxisme, dl. 1/3 Utrecht/Antwerpen 1981 Kropotkine, P. Gedenkschriften van een Revolutionair, Gorinchem 1902 Kropotkin, P. The state. Its historical role. London 1977 Krug, P. De kozakken - triomf en tragiek, Haarlem 1982 Lehning, A. De Russische Revolutie en het anarcho-syndikalisme, Amsterdam 1976 Lehning, A. Bakounine et les historiens, Geneve 1979 Lehning, A. Unterhaltungen mit Bakunin, Nordlingen 1987 Lehning, A. Ithaka. Essays en Commentaren, Baarn 1980 Lehning, A. De draad van Ariadne. Essays en commentaren 1, Baarn 1979 Lehning, A. Radendemocratie of staatscommunisme. Marxisme en anarchisme in de Russische Revolutie, Amsterdam 1972 Lehning, A.& Constandse, A. Anarcho-syndikalisme, Schiedam 1971 Lenine, V.I. Le proletariat et sa dictature, Paris 1970 Lenin, V.I. On the great October socialist revolution (articles and speeches), Moscow 1971 Lenin, W.I. Keuze uit zijn werken, deel 1/3, Moskou 1972 Lenin, W.I. De revolutionaire frase. De fouten van de 'linkse communisten" mbt de vrede van Brest (artikelen en redevoeringen), Moskou 1975 Lenin, W.I. Over het recht der naties, Moskou 1966 Lenin, W.I. Redevoeringen op partijcongressen (1918-1922), Moskou 1975 Lenin, W.I. Staat en Revolutie Moskou 1969 Leval, G. Les anarchistes en prison. Paris 1976 Liebman, M. Leninism under Lenin London 1980 Litvinov, V. Nestor Makhno et la Question Juive, Paris 1984 Litvinov, V. Nestor Makhno et la question juive, Moscou 1982 Lochu, R. Libertaires. Mes compagnons de Brest et d'ailleurs. Quimperle 1983 Lodewijkx, F.H. Pjotr Arsjinof, de Machnovstsjina en het Platform. Een kritische toelichting Haarlem 1983 Lodewijkx, F.H.M. Anarchisme en organisatie, Gent 1982 Lodewijkx, F.H.M. Nestor Machno 1889-1934. Portret van een onbekend anarchist. Amsterdam 1984 Lodewijkx, F.H.M. De Machnovstschina. Een zwarte vlag zonder lading? Een historiografisch onderzoek naar het wezen van een opstandige boerenbeweging in de Oekraine in de jaren 1918-1921, Tilburg 1980 Longworth, P. The Cossacks, London 1969 Lovell, S. Leon Trotzki speaks, New York 1972 Luciani, G. Le livre de la genese du peuple ukrainien, Paris 1956 Luckett, R. The White generals. An account of the white movement and the RussianCivil War, London/New York 1987 Lussu, E. Theorie de l'insurrection, Paris 1971 Luxemburg, R. De Russische Revolutie. Baarn 1979 Machno. N. Voor vrije arbeidersraden. Amsterdam 1972 Machno, N. Mijn bezoek aan het Kremlin Aardenburg Machno, N. Der Kampf gegen den Staat Berlin 1980 Machno, N. Landkommunen. Berlin 1980 Machno, N. Die Machnowistische Konzeption der Sowjets. Berlin 1980 Machno, N. Der grosze Oktober der Ukraine. Berlin 1980 Machno, N. Das ABC des revolutionaeren Anarchisten. Meppen/Ems 1928 Machno, N. Landkommunen. Berlin 1980 Machno, N. Der Kampf gegen den Staat. Berlin 1980 Machno, N. Der grosse Oktober der Ukraine. Berlin 1980 Machno, N. Die machnowistische Konzeption des Sowjets. Berlin 1980 Maitron, J. Le mouvement anarchiste en France II. De 1914 a nos jours Paris 1983 Makhno, N., La Lutte contre l'Etat et autres ecrits, z.p. 1984 Maitron, J. Le mouvement anarchiste en France II. De 1914 a nos jours Paris 1983 Makhno, N. Programme-manifeste Paris 1976 Makhno, N. La Lutte contre l'Etat et autres ecrits Cruseilles 1984 Makhno, N. Manifeste de l'armee insurgee d'Ukraine Paris 1976 Makhno, N. Le mouvement makhnoviste Paris 1976 Makhno, N. Anarchisme et makhnovstchina Paris 1976 Makhno, N. Ma conversation avec Sverdlov. Mon entretien avec Lenine. Paris 1976 Makhno, N. Lettre de N. Makhno a E. Malatesta. Paris 1979 Makhno, N. La revolution russe en Ukraine (mars 1917 - avril 1918). Paris 1970 Makhno, N. Le grand octobre en ukraine. Paris 1973 Malaparte, G. Techniek van de staatsgreep Antwerpen/Amsterdam 1987 Malatesta, E. Reponse a la Plateforme. Anarchie et Organisation Paris Malatesta, E. Articles politiques Paris 1979 Malatesta, E. Reponse de E. Malatesta a N. Makhno. Paris 1979 Malet, M. Nestor Makhno in the Russian Civil War London 1982 Malet, M. Anarchisten & Bolsjewieken in de Oekraine '17-'21 Rotterdam 1967 Margeret, J. Un mousquetaire a Moscou. Memoires sur la premiere revolution russe 1604-1614 Paris 1983 Mark, R.A. Die Ukrainische Revolution 1917-1921. Ein Quellen- und Literaturbericht Stuttgart 1986 Mawdsley, E. The Russian Civil War London/Sydney/Wellington 1987 Maximoff, G. Syndicalists in the Russian Revolution. Edmonton (Alberta) 1979 Maximoff, G. The guillotine at work. Vol. 1: The Leninist counter-revolution. Sanday 1979 Maximoff, G. We look into the documents. Chicago 1940 Maximov, G. Die bolsjewistische Konterrevolution beginnt. Munchen 1974 Medvedev, R. La revolution d'octobre. Faits et reflexions. Paris 1978 Meijer, J.M. (ed.) The Trotzky Papers 1917-1922. Part II: 1920-1922. The Hague/Paris 1971 Meijer, J.M. (ed.) The Trotzky Papers 1917-1922. Part I: 1917-1919. London/The Hague/Paris 1964 Melgounov, S.P. La terreur rouge en Russie (1918-1924). Paris 1975 Menzies, M. Makhno, Une epopee. Le soulevement anarchiste en Ukraine (1918-1921) Paris 1972 Mett, I. Souvenirs sur Nestor Makhno Paris 1983 Mett, I. The Kronstadt uprising 1921. Montreal/Quebec 1973 Mett, I. Le paysan russe dans la revolution et la post-revolution. Paris 1968 Mousnier, R. Fureurs paysannes: les paysans dans les revoltes du XVIIe siecle (France/Rus-sie/Chine) Paris 1967 Nahaylo, B. & Peters, C.J. The Ukrainians and Georgians. London 1981 Plaat, G. van der (red.) Anarchisme, Amsterdam 1967 Nataf, A. La revolution anarchiste. Paris 1986 Neander, I. Grundzuge der russischen Geschichte. Darmstadt 1976 Nettlau, M. Histoire de l'anarchie. Paris 1983 Nettlau, M. Geschichte der Anarchie. Band 1/3. Bremen Nettlau, M. Gesammelte Aufsaetze. Band 1. Hannover 1980 Newell, P.E. Fighting the Revolution. Makhno-Durruti-Zapata. London 1983 Nomad, M. Apostles of revolution. Boston 1939 Nordmann, C.J. Charles XII et l'ukraine de Mazepa. Paris 1958 Oberlaender, E. (Red.) Dokumente der Weltrevolution. Band 4: Der Anarchismus. Olten und Freiburg im Breisgau 1972 Oberlaender, E. & Kool, F. (Red.) Dokumente der Weltrevolution. Band 2: Arbeiterdemokratie oder Parteidiktatur. Olten und Freiburg im Breisgau 1967 Oyhamburu, P. La revanche de Bakounine ou De l'Anarchisme a l'autogestion Paris 1975 Palij, M. The anarchism of Nestor Makhno (1918-1921), an aspect of the Ukrainian Revolution. Seattle 1976 Paxton, J. Companion to Russian History. New York 1983 Paz, A. Durruti, The people armed New York 1977 Peters, V. Nestor Makhno: the life of an anarchist. Winnipeg 1970 Philips Price, M. Die Russische Revolution. Erinnerungen aus den Jahren 1917-1919. Berlin 1977 Pipes, R. The Formation of the Soviet Union. Cambridge (Mass.) Pipes, R. Russia under the old regime. Harmondsworth 1982 Plaat, G. van der (red.) Anarchisme, Amsterdam 1967 Portal, R. Russes et Ukrainiens. Paris 1970 Portal, R. (red.) Le statut des paysans liberes du servage 1861-1961. Paris/La Haye 1963 Porter, C. Alexandra Kollontai. The lonely struggle of the woman who defied Lenin. New York 1980 Portman, H-P. Die neuere sowjetische Forschung zu den Anfaengen der Verknechtung der Bauern in Russland. Stuttgart 1986 Raeff, M. Comprendre l'ancien regime russe. Etat et societe en Russie- imperiale. Essai d'interpretation. Paris 1982 Reshetar, J.S. The Ukrainian Revolution 1917-1920. Princeton (New Jersey) 1952 Richards, V. (ed.) Errico Malatesta. His life and Ideas. London 1977 Robien, L. de Journal d'un diplomate en Russie (1917-1918). Paris 1967 Rocker, R. Le systeme des soviets ou la dictature du proletariat. Paris 1973 Rocker, R. Les soviets trahis par les bolcheviks (La Faillite du communisme d'Etat). Paris 1973 Ros, M. Anarchistenjaar 1976 Amsterdam 1976 Arbeiderspers, Maatstaf (aug/sept) Rude, G. Ideology and popular protest. New York 1980 Schapiro, A. P. Kropotkin. De arbeidersbeweging en de internationale organisatie der arbeiders. Amsterdam 1978 Scheibert, P. (Red.) Die russischen politischen Parteien von 1905 bis 1917. Ein Dokumentationsband. Darmstadt 1983 Scheibert, P. (her.) Die russische politischen Parteien bis 1917. Ein Dokumentationsband. Darmstadt 1983 Schulz, G. Revolutionen und Friedensschluesse 1917-1920. Munchen 1985 Schulz, G. (her.) Partisanen und Volkskrieg. Zur Revolutionierung des Krieges im 20. Jahrhundert. Gottingen 1985 Serge, V. Erinnerungen eines Revolutionaers 1904-1941 Hamburg 1977 Serge, V. Reponse a Leon Trotsky. Paris 1973 Serge, V. Les anarchistes et l'experience de la revolution russe. Paris 1973 Serge, V. Le Destin de Boris Pilniak. Paris 1973 Serge, V. Ce que tout revolutionnaire doit savoir de la repression. Paris 1977 Shanin, T. (ed.) Peasant and Peasant Societies. Harmondsworth 1973 Shukman, H. (ed.) The Blackwell Encyclopedia of the Russian Revolution. Oxford 1988 Skirda, A. Nestor Makhno. Le Cosaque de l'Anarchie. La lutte pour les soviets libres en Ukraine 1917-1921 Paris 1982 Skirda, A. Autonomie individuelle et force collective. Les anarchistes et l'organisation de Proudhon a nos jours. Paris 1987 Skirda, A. (ed.) Nestor Makhno. La Lutte contre l'etat et autres ecrits. Paris 1984 Skirda, A. (ed.) Nestor Makhno. La Lutte contre l'Etat et autres ecrits (1925-1932). Paris 1984 Skirda, A. (ed.) Les anarchistes russes dans la revolution russe. Paris 1973 Skirda, A. (ed.) Les Anarchistes russe. Paris 1973 Skocpol, T. States and Social revolutions. A comparative analysis of France, Russia, and China. Cambridge/London/New York 1985 Souchy, A. Reise nach Russland 1920. Berlin 1979 Souchy, A. Vorsicht: Anarchist! Ein Leben fur die Freiheit. Politische Erinnerungen. Darmstadt 1977 Souchy, A. Wie lebt der Arbeiter ind Bauer in Russland. Munchen 1975 Steinberg, I. Gewalt und Terror in der Revolution. Das Schicksal der Erniedrigten und Beleidigten in der russischen Revolution Berlin 1974 Stoljarov, I. Zapiski Ruskogo Krestjanina (Verhaal van een boer). Paris 1986 Stowasser, H. Die Machnotschina. Der Kampf anarchistischer Rebellen fuer eine freie Ge-sellschaft in der Ukraine, 1917-1922 Wetzlar/Anzhausen 1982 Stowasser, H. Die Machnotschina. Der Kampf anarchistischer Rebellen fuer eine freie Ge-sellschaft in der Ukraine, 1917-1921 Wetzlar/Anzhausen 1979 Sullivant, R.S. Soviet Politics and the Ukraine 1917-1957. New York 1962 Sysin, F. Nestor Makhno and the Ukrainian Revolution. Cambridge (Mass.) 1977 Taylor, M. Community, Anarchy & Liberty. Cambridge 1983 Ternon, Y. Makhno. La revolte anarchiste Bruxelles 1981 Timotsjoek, A. Anarcho-kommunistitsjeckie formirovanija N. Machno, Sentjabr 1917 - Avgust 921, Simferopol 1996 Tougouchi-Caiannee, M. URSS face au probleme des nationalites. Liege 1946 Traut, J.C. (Red.) Russland zwischen Revolution und Konterrevolution. Band I: Dokumente(1917-1921). Munchen 1974 Traut, J.C. (Red.) Russland zwischen Revolution und Konterrevolution. Band II: Berichte(1917-1921). Munchen 1975 Tsebry, O. Souvenirs d'un partisan makhnoviste Cruseilles 1984 Ulam, A.B. Les Bolcheviks. Paris 1973 Valevsky La voie de la revolution sociale. Paris 1973 Venner, D. Histoire de l'armee rouge. La revolution et la guerre civile 1917-1924. Paris 1981 Venturi, F. Les intellectuels, le peuple et la revolution. Histoire du populismerusse au XIXe siecle. Tome 1/2. Paris 1972 Vernadsky, G. Geschiedenis van Rusland. Amsterdam Voline The Unknown Revolution 1917-1921 Detroit/Chicago 1974 Voline Die zwei Ideeen der Revolution. Munchen 1974 Voline The revolution ahead. London 1973 Voline The people. London 1973 Voline (et. al.) A propos du projet d'une "plateforme d'organisation" publie par le "Groupe d'anarchistes russe a l'etranger". Paris 1927 Walter, G. La Revolution Russe. Paris 1972 REPLY TO "A PROJECT OF ANARCHIST ORGANISATION" ERRICO MALATESTA (1927) Il Risveglio (Geneva), October 1927 I recently happened to come across a French pamphlet (in Italy today [1927], as is known, the non-fascist press cannot freely circulate), with the title 'Organisational Platform of the General Union of Anarchists (Project)'. This is a project for anarchist organisation published under the name of a 'Group of Russian Anarchists Abroad' and it seems to be directed particularly at Russian comrades. But it deals with questions of equal interest to all anarchists; and it is, clear, including the language in which it is written, that it seeks the support of comrades worldwide. In any case it is worth examining, for the Russians as for everyone, whether the proposal put forward is in keeping with anarchist principles and whether implementation would truly serve the cause of anarchism. The intentions of the comrades are excellent. They rightly lament the fact that until now the anarchists have not had an influence on political and social events in proportion to the theoretical and practical value of their doctrines, nor to their numbers, courage and spirit of self-sacrifice - and believe that the main reason for this relative failure is the lack of a large, serious and active organisation. And thus far I could more or less agree. Organisation, which after all only means cooperation and solidarity in practice, is a natural condition, necessary to the running of society; and it is an unavoidable fact which involves everyone, whether in human society in general or in any grouping of people joined by a common aim. As human beings cannot live in isolation, indeed could not really become human beings and satisfy their moral and material needs unless they were part of society and cooperated with their fellows, it is inevitable that those who lack the means, or a sufficiently developed awareness, to organise freely with those with whom they share common interests and sentiments, must submit to the organisations set up by others, who generally form the ruling class or group and whose aim is to exploit the labour of others to their own advantage. And the age-long oppression of the masses by a small number of the privileged has always been the outcome of the inability of the greater number of individuals to agree and to organise with other workers on production and enjoyment of rights and benefits and for defence against those who seek to exploit and oppress them. Anarchism emerged as a response to this state of affairs, its basic principle being free organisation, set up and run according to the free agreement of its members without any kind of authority; that is, without anyone having the right to impose their will on others. And it is therefore obvious that anarchists should seek to apply to their personal and political lives this same principle upon which, they believe, the whole of human society should be based. Judging by certain polemics it would seem that there are anarchists who spurn any form of organisation; but in fact the many, too many, discussions on this subject, even when obscured by questions of language or poisoned by personal issues, are concerned with the means and not the actual principle of organisation. Thus it happens that when those comrades who sound the most hostile to organisation want to really do something they organise just like the rest of us and often more effectively. The problem, I repeat, is entirely one of means. Therefore I can only view with sympathy the initiative that our Russian comrades have taken, convinced as I am that a more general, more *united,* more enduring organisation than any that have so far been set up by anarchists - even if it did not manage to do away with all the mistakes and weaknesses that are perhaps inevitable in a movement like ours - which struggles on in the midst of the incomprehension, indifference and even the hostility of the majority - would undoubtedly be an important element of strength and success, a powerful means of gaining support for our ideas. I believe it is necessary above all and urgent for anarchists to come to terms with one another and organise as much and as well as possible in order to be able to influence the direction the mass of the people take in their struggle for change and emancipation. Today the major force for social transformation is the labour movement (union movement) and on its direction will largely depend the course events take and the objectives of the next revolution. Through the organisations set up for the defence of their interests the workers develop an awareness of the oppression they suffer and the antagonism that divides them from the bosses and as a result begin to aspire to a better life, become accustomed to collective struggle and solidarity and win those improvements that are possible within the capitalist and state regime. Then, when the conflict goes beyond compromise, revolution or reaction follows. The anarchists must recognise the usefulness and importance of the union movement; they must support its development and make it one of the levers in their action, doing all they can to ensure that, by cooperating with other forces for progress, it will open the way to a social revolution that brings to an end the class system, and to complete freedom, equality, peace and solidarity for everybody. But it would be a great and a fatal mistake to believe, as many do, that the labour movement can and should, of its own volition, and by its very nature, lead to such a revolution. On the contrary, all movements based on material and immediate interests (and a big labour movement can do nothing else) if they lack the stimulus, the drive, the concerted effort of people of ideas, tend inevitably to adapt to circumstances, they foster a spirit of conservatism and fear of change in those who manage to obtain better working conditions, and often end up creating new and privileged classes, and serving to uphold and consolidate the system we would seek to destroy. Hence there is an impelling need for specifically anarchist organisations which, both from within and outside the unions, struggle for the achievement of anarchism and seek to sterilise all the germs of degeneration and reaction. But it is obvious that in order to achieve their ends, anarchist organisations must, in their constitution and operation, remain in harmony with the principles of anarchism; that is, they must know how to blend the free action of individuals with the necessity and the joy of cooperation which serve to develop the awareness and initiative of their members and a means of education for the environment in which they operate and of a moral and material preparation for the future we desire. Does the project under discussion satisfy these demands? It seems to me that it does not. Instead of arousing in anarchists a greater desire for organisation, it seems deliberately designed to reinforce the prejudice of those comrades who believe that to organise means to submit to leaders and belong to an authoritarian, centralising body that suffocates any attempt at free initiative. And in fact it contains precisely those proposals that some, in the face of evident truths and despite our protests, insist on attributing to all anarchists who are described as organisers. Let us examine the Project. First of all, it seems to me a mistake - and in any case impossible to realise - to believe that all anarchists can be grouped together in one 'General Union' - that is, in the words of the Project, In a *single,* active revolutionary body. We anarchists can all say that we are of the same party, if by the word 'party' we mean all who are *on the same side,* that is, who share the same general aspirations and who, in one way or another, struggle for the same ends against common adversaries and enemies. But this does not mean it is possible - or even desirable - for all of us to be gathered into one specific association. There are too many differences of environment and conditions of struggle; too many possible ways of action to choose among, and also too many differences of temperament and personal incompatibilities for a *General Union,* if taken seriously, not to become, instead of a means for coordinating and reviewing the efforts of all, an obstacle to individual activity and perhaps also a cause of more bitter internal strife. As an example, how could one organise in the same way and with the same group a public association set up to make propaganda and agitation, publicly and a secret society restricted by the political conditions of the country in which it operates to conceal from the enemy its plans, methods and members? How could the *educationalists,* who believe that propaganda and example suffice for the gradual transformation of individuals and thus of society, adopt the same tactics as the *revolutionaries,* who are convinced of the need to destroy by violence a status quo that is maintained by violence and to create, in the face of the violence of the oppressors, the necessary conditions for the free dissemination of propaganda and the practical application of the conquered ideals? And how to keep together some people who, for particular reasons, do not get on with; and respect one another and could never be equally good and useful militants for anarchism? Besides, even the authors of the Project (*Platforme*) declare as 'inept' any idea of creating an organisation which gathers together the representatives of the different tendencies in anarchism. Such an organisation, they say, 'incorporating heterogeneous elements, both on a theoretical and practical level, would be no more than a mechanical collection (assemblage) of individuals who conceive all questions concerning the anarchist movement from a different point of view and would inevitably break up as soon as they were put to the test of events and real life.' That's fine. But then, if they recognise the existence of different tendencies they will surely have to leave them the right to organise in their own fashion and work for anarchy in the way that seems best to them. Or will they claim the right to expel, to *excommunicate* from anarchism all those who do not accept their programme? Certainly they say they 'want to assemble in a single organisation' all the *sound elements* of the libertarian movement; and naturally they will tend to judge as *sound* only those who think as they do. But what will they do with the elements that are *not sound*? Of course, among those who describe themselves as anarchists there are, as in any human groupings, elements of varying worth; and what is worse, there are some who spread ideas in the name of anarchism which have very little to do with anarchism. But how to avoid the problem? *Anarchist truth* cannot and must not become the monopoly of one individual or committee; nor can it depend on the decisions of real or fictitious majorities. All that is necessary - and sufficient - is for everyone to have and to exercise the widest freedom of criticism and for each one of us to maintain their own ideas and choose for themselves their own comrades. In the last resort the facts will decide who was right. Let us therefore put aside the idea of bringing together *all* anarchists into a single organisation and look at this *General Union* which the Russians propose to us for what it really is - namely the Union of a particular fraction of anarchists; and let us see whether the organisational method proposed conforms with anarchist methods and principles and if it could thereby help to bring about the triumph of anarchism. Once again, it seems to me that it cannot. I am not doubting the sincerity of the anarchist proposals of those Russian comrades. They want to bring about anarchist communism and are seeking the means of doing so as quickly as possible. But it is not enough to want something; one also has to adopt suitable means; to get to a certain place one must take the right path or end up somewhere else. Their organisation, being typically authoritarian, far from helping to bring about the victory of anarchist communism, to which they aspire, could only falsify the anarchist spirit and lead to consequences that go against their intentions. In fact, their *General Union* appears to consist of so many partial organisations with *secretariats* which *ideologically* direct the political and technical work; and to coordinate the activities of all the member organisations there is a *Union Executive Committee* whose task is to carry out the decisions of the Union and to oversee the 'ideological and organisational conduct of the organisations in conformity with the ideology and general strategy of the Union. ' Is this anarchist? This, in my view, is a government and a church. True, there are no police or bayonets, no faithful flock to accept the dictated *ideology*; but this only means that their government would be an impotent and impossible government and their church a nursery for heresies and schisms. The spirit, the tendency remains authoritarian and the educational effect would remain anti-anarchist. Listen if this is not true. 'The executive organ of the general libertarian movement - the anarchist Union - will introduce into its ranks the principle of collective responsibility; the whole Union will be responsible for the revolutionary and political activity of every member; and each member will be responsible for the revolutionary and political activity of the Union.' And following this, which is the absolute negation of any individual independence and freedom of initiative and action, the proponents, remembering that they are anarchists, call themselves federalists and thunder against centralisation, 'the inevitable results of which', they say, 'are the enslavement and mechanisation of the life of society and of the parties.' But if the Union is responsible for what each member does, how can it leave to its individual members and to the various groups the freedom to apply the common programme in the way they think best? How can one be responsible for an action if it does not have the means to prevent it? Therefore, the Union and in its name the Executive Committee, would need to monitor the action of the individual members and order them what to do and what not to do; and since disapproval after the event cannot put right a previously accepted responsibility, no-one would be able to do anything at all before having obtained the go-ahead, the permission of the committee. And on the other hand, can an individual accept responsibility for the actions of a collectivity before knowing what it will do and if he cannot prevent it doing what he disapproves of? Moreover, the authors of the Project say that it is the 'Union' which proposes and disposes. But when they refer to the wishes of the Union do they perhaps also refer to the wishes of all the members? If so, for the Union to function it would need everyone always to have the same opinion on all questions. So if it is normal that everyone should be in agreement on the general and fundamental principles, because otherwise they would not be and remain united, it cannot be assumed that thinking beings will all and always be of the same opinion on what needs to be done in the different circumstance and on the choice of persons to whom to entrust executive and directional responsibilities. In reality - as it emerges from the text of the Project itself- the will of the Union can only mean the will of the majority, expressed through congresses which nominate and control the *Executive Committee* and decide on all the important questions. Naturally, the congresses would consist of representatives elected by the majority of member groups, and these representatives would decide on what to do, as ever by a majority of votes. So, in the best of cases, the decisions would be taken by the majority of a majority, and this could easily, especially when the opposing opinions are more than two, represent only a minority. Furthermore it should be pointed out that, given the conditions in which anarchists live and struggle, their congresses are even less truly representative than the bourgeois parliaments. And their control over the executive bodies, if these have authoritarian powers, is rarely opportune and effective. In practice anarchist congresses are attended by whoever wishes and can, whoever has enough money and who has not been prevented by police measures. There are as many present who represent only themselves or a small number of friends as there are those truly representing the opinions and desires of a large collective. And unless precautions are taken against possible traitors and spies - indeed, because of the need for those very precautions - it is impossible to make a serious check on the representatives and the value of their mandate. In any case this all comes down to a pure majority system, to pure parliamentarianism . It is well known that anarchists do not accept majority government (*democracy*), any more than they accept government by the few (*aristocracy*, *oligarchy*, or dictatorship by one class or party) nor that of one individual (*autocracy*, *monarchy* or personal dictatorship). Thousands of times anarchists have criticised so-called majority government, which anyway in practise always leads to domination by a small minority. Do we need to repeat all this yet again for our Russian comrades? Certainly anarchists recognise that where life is lived in common it is often necessary for the minority to come to accept the opinion of the majority. When there is an obvious need or usefulness in doing something and, to do it requires the agreement of all, the few should feel the need to adapt to the wishes of the many. And usually, in the interests of living peacefully together and under conditions of equality, it is necessary for everyone to be motivated by a spirit of concord, tolerance and compromise. But such adaptation on the one hand by one group must on the other be reciprocal, voluntary and must stem from an awareness of need and of goodwill to prevent the running of social affairs from being paralysed by obstinacy. It cannot be imposed as a principle and statutory norm. This is an ideal which, perhaps, in daily life in general, is difficult to attain in entirety, but it is a fact that in every human grouping anarchy is that much nearer where agreement between majority and minority is free and spontaneous and exempt from any imposition that does not derive from the natural order of things. So if anarchists deny the right of the majority to govern human society in general - in which individuals are nonetheless constrained to accept certain restrictions, since they cannot isolate themselves without renouncing the conditions of human life - and if they want everything to be done by the free agreement of all, how is it possible for them to adopt the idea of government by majority in their essentially free and voluntary associations and begin to declare that anarchists should submit to the decisions of the majority before they have even heard what those might be? It is understandable that non-anarchists would find Anarchy, defined as a free organisation without the rule of the majority over the minority, or vice versa, an unrealisable utopia, or one realisable only in a distant future; but it is inconceivable that anyone who professes to anarchist ideas and wants to make Anarchy, or at least seriously approach its realisation - today rather than tomorrow - should disown the basic principles of anarchism in the very act of proposing to fight for its victory. In my view, an anarchist organisation must be founded on a very different basis from the one proposed by those Russian comrades. Full autonomy, full independence and therefore full responsibility of individuals and groups; free accord between those who believe it useful to unite in cooperating for a common aim; moral duty to see through commitments undertaken and to do nothing that would contradict the accepted programme. It is on these bases that the practical structures, and the right tools to give life to the organisation should be built and designed. Then the groups, the federations of groups, the federations of federations, the meetings, the congresses, the correspondence committees and so forth. But all this must be done freely, in such a way that the thought and initiative of individuals is not obstructed, and with the sole view of giving greater effect to efforts which, in isolation, would be either impossible or ineffective. Thus congresses of an anarchist organisation, though suffering as representative bodies from all the above-mentioned imperfections, are free from any kind of authoritarianism, because they do not lay down the law; they do not impose their own resolutions on others. They serve to maintain and increase personal relationships among the most active comrades, to coordinate and encourage programmatic studies on the ways and means of taking action, to acquaint all on the situation in the various regions and the action most urgently needed in each; to formulate the various opinions current among the anarchists and draw up some kind of statistics from them - and their decisions are not obligatory rules but suggestions, recommendations, proposals to be submitted to all involved, and do not become binding and enforceable except on those who accept them, and for as long as they accept them. The administrative bodies which they nominate - Correspondence Commission, etc. - have no executive powers, have no directive powers, unless on behalf of those who ask for and approve such initiatives, and have no authority to impose their own views - which they can certainly maintain and propagate as groups of comrades, but cannot present as the official opinion of the organisation. They publish the resolutions of the congresses and the opinions and proposals which groups and individuals communicate to them; and they serve - for those who require such a service - to facilitate relations between the groups and cooperation between those who agree on the various initiatives. Whoever wants to is free to correspond with whomsoever he wishes, or to use the services of other committees nominated by special groups. In an anarchist organisation the individual members can express any opinion and use any tactic which is not in contradiction with accepted principles and which does not harm the activities of others. In any case a given organisation lasts for as long as the reasons for union remain greater than the reasons for dissent. When they are no longer so, then the organisation is dissolved and makes way for other, more homogeneous groups. Clearly, the duration, the permanence of an organisation depends on how successful it has been in the long struggle we must wage, and it is natural that any institution instinctively seeks to last indefinitely. But the duration of a libertarian organisation must be the consequence of the spiritual affinity of its members and of the adaptability of its constitution to the continual changes of circumstances. When it is no longer able to accomplish a useful task it is better that it should die. Those Russian comrades will perhaps find that an organisation like the one I propose and similar to the ones that have existed, more or less satisfactorily at various times, is not very efficient. I understand. Those comrades are obsessed with the success of the Bolsheviks in their country and, like the Bolsheviks, would like to gather the anarchists together in a sort of disciplined army which, under the ideological and practical direction of a few leaders, would march solidly to the attack of the existing regimes, and after having won a material victory would direct the constitution of a new society. And perhaps it is true that under such a system, were it possible that anarchists would involve themselves in it, and if the leaders were men of imagination, our material effectiveness would be greater. But with what results? Would what happened to socialism and communism in Russia not happen to anarchism? Those comrades are anxious for success as we are too. But to live and to succeed we don't have to repudiate the reasons for living and alter the character of the victory to come. We want to fight and win, but as anarchists - for Anarchy. Malatesta ABOUT THE 'PLATFORM' IN REPLY TO 'A PROJECT OF ANARCHIST ORGANISATION' NESTOR MAKHNO Dear Comrade Malatesta, I have read your response to the project for an 'Organisational Platform of a General Union of Anarchists', a project published by the group of Russian anarchists abroad. My impression is that either you have misunderstood the project for the 'Platform' or your refusal to recognise collective responsibility in revolutionary action and the directional function that the anarchist forces must take up, stems from a deep conviction about anarchism that leads you to disregard that principle of responsibility. Yet, it is a fundamental principle, which guides each one of us in our way of understanding the anarchist idea, in our determination that it should penetrate to the masses, in its spirit of sacrifice. It is thanks to this that a man can choose the revolutionary way and ignore others. Without it no revolutionary could have the necessary strength or will or intelligence to bear the spectacle of social misery, and even less fight against it. It is through the inspiration of collective responsibility that the revolutionaries of all epochs and all schools have united their forces; it is upon this that they based their hope that their partial revolts - revolts which opened the path for the oppressed - were not in vain, that the exploited would understand their aspirations, would extract from them the applications suitable for the time and would use them to find new paths toward their emancipation. You yourself, dear Malatesta, recognise the individual responsibility of the anarchist revolutionary. And what is more, you have lent your support to it throughout your life as a militant. At least that is how I have understood your writings on anarchism. But you deny the necessity and usefulness of collective responsibility as regards the tendencies and actions of the anarchist movement as a whole. Collective responsibility alarms you; so you reject it. For myself, who has acquired the habit of fully facing up to the realities of our movement, your denial of collective responsibility strikes me not only as without basis but dangerous for the social revolution, in which you would do well to take account of experience when it comes to fighting a decisive battle against all our enemies at once. Now my experience of the revolutionary battles of the past leads me to believe that no matter what the order of revolutionary events may be, one needs to give out serious directives, both ideological and tactical. This means that only a collective spirit, sound and devoted to anarchism, could express the requirements of the moment, through a collectively responsible will. None of us has the right to dodge that element of responsibility. On the contrary, if it has been until now overlooked among the ranks of the anarchists, it needs now to become, for us, communist anarchists, an article of our theoretical and practical programme. Only the collective spirit of its militants and their collective responsibility will allow modern anarchism to eliminate from its circles the idea, historically false, that anarchism cannot be a guide - either ideologically or in practice - for the mass of workers in a revolutionary period and therefore could not have overall responsibility. I will not, in this letter, dwell on the other parts of your article against the 'Platform' project, such as the part where you see 'a church and an authority without police'. I will express only my surprise to see you use such an argument in the course of your criticism. I have given much thought to it and cannot accept your opinion. No, you are not right. And because I am not in agreement with your confutation, using arguments that are too facile, I believe I am entitled to ask you: 1. Should anarchism take some responsibility in the struggle of the workers against their oppressors, capitalism, and its servant the State? If not, can you say why? If yes, must the anarchists work towards allowing their movement to exert influence on the same basis as the existing social order? 2. Can anarchism, in the state of disorganisation in which it finds itself at the moment, exert any influence, ideological and practical, on social affairs and the struggle of the working class? 3. What are the means that anarchism should adopt outside the revolution and what are the means of which it can dispose to prove and affirm its constructive concepts? 4. Does anarchism need its own permanent organisations, closely tied among themselves by unity of goal and action to attain its ends? 5. What do the anarchists mean by *institutions to be established* with a view to guaranteeing the free development of society? 6. Can anarchism, in the communist society it conceives, do without social institutions? If yes, by what means? If no, which should it recognise and use and with what names bring them into being? Should the anarchists take on a leading function, therefore one of responsibility, or should they limit themselves to being irresponsible auxiliaries? Your reply, dear Malatesta, would be of great importance to me for two reasons. It would allow me better to understand your way of seeing things as regards the questions of organising the anarchist forces and the movement in general. And - let us be frank - your opinion is immediately accepted by most anarchists and sympathisers without any discussion, as that of an experienced militant who has remained all his life firmly faithful to his libertarian ideal. It therefore depends to a certain extent on your attitude whether a full study of the urgent questions which this epoch poses to our movement will be undertaken, and therefore whether its development will be slowed down or take a new leap forward. By remaining in the stagnation of the past and present our movement will gain nothing. On the contrary, it is vital that in view of the events that loom before us it should have every chance to carry out its functions. I set great store by your reply. 1928 with revolutionary greetings THE OLD AND NEW IN ANARCHISM (REPLY TO COMRADE MALATESTA) BY PIOTR ARSHINOV TRANSLATORS INTRODUCTION Malatesta wrote a reply to the Organisational Platform of the Libertarian Communists whilst under house arrest in fascist Italy. It appeared in the Swiss anarchist paper Le Reveil and then as a pamphlet in Paris. One of the authors of the Platform, Piotr Arshinov, replied to Malatesta's criticisms in the paper set up by him and Nestor Makhno in Paris, Dielo Trouda. Equally, Makhno sent a long letter to Malatesta , stating that a misunderstanding of the text by Malatesta must have led to their disagreement. Malatesta did not get this letter for over a year, and replied as soon as he could. He still expressed disagreement with the Platform, opposing moral responsibility to collective responsibility, and criticising the Executive Committee mentioned in the Platform as "a government in good and due form". Makhno replied a second time (see my translation of excerpts of this letter in correspondence in Freedom 18 November 1995). Malatesta appears to have conceded that it was a question of words, because if it collective responsibility meant " the accord and solidarity which must exist between the members of an association... we will be close to understanding each other". Isolation due to house arrest and a problem of language may have contributed to these disagreements between Malatesta and the Platformists. Arshinov's reply to Malatesta which I have translated from the French, is its first appearance in the English language. I have taken the liberty of translating "masses ouvrieres" as " working masses". In the past this phrase has often been translated as "toiling masses", which I feel to be somewhat passe. Whatever, Russian anarchists meant by this the industrial working class and the majority of the peasantry which they felt must have unity of action and aims. Nick Heath Lo viejo y lo nuevo en el anarquismo (in Spanish) THE OLD AND NEW IN ANARCHISM In the anarchist organ Le Reveil of Geneva, in the form of a leaflet, comrade Errico Malatesta has published a critical article on the project of the Organisational platform edited by the Group of Russian Anarchists Abroad. This article has provoked perplexity and regret in us. We very much expected, and we still expect, that the idea of organised anarchism would meet an obstinate resistance among the partisans of chaos, so numerous in the anarchist milieu, because that idea obliges all anarchists who participate in the movement to be responsible and poses the notions of duty and constancy. For up to now the favourite principle in which most anarchists are educated can be explained by the following axiom: "I do what I want, I take account of nothing". It is very natural that anarchists of this species, impregnated by such principles, are violently hostile to all ideas of organised anarchism and of collective responsibility. Comrade Malatesta is foreign to this principle, and it is for this reason that his text provokes this reaction in us. Perplexity, because he is a veteran of international anarchism, and if he has not grasped the spirit of the Platform, its vital character and its topicality, which derives from the requirements of our revolutionary epoch. Regret, because, to be faithful to the dogma inherent in the cult of individuality, he has put himself against (let us hope this is only temporary) the work which appears as an indispensable stage in the extension and external development of the anarchist movement. Right at the start of his article, Malatesta says that he shares a number of theses of the Platform or even backs them up by the ideas he expounds. He would agree in noting that the anarchists did not and do not have influence on social and political events, because of a lack of serious and active organisation. The principles taken up by comrade Malatesta correspond to the principal positions of the Platform. One would have expected that he would have as equally examined, understood and accepted a number of other principles developed in our project, because there is a link of coherence and logic between all the theses of the Platform. However, Malatesta goes on to explain in a trenchant manner his difference of opinion with the Platform. He asks whether the General Union of Anarchists projected by the Platform can resolve the problem of the education of the working masses. He replies in the negative. He gives as reason the pretended authoritarian character of the Union, which according to him, would develop the idea of submission to directors and leaders. On what basis can such a serious accusation repose? It is in the idea of collective responsibility, recommended by the Platform,that he sees the principal reason for formulating such an accusation. He cannot admit the principle that the entire Union would be responsible for every member, and that inversely each member would be responsible for the political line of all the Union. This signifies that Malatesta does not precisely accept the principle of organisation which appears to us to be the most essential, in order that the anarchist movement can continue to develop. Nowhere up to here has the anarchist movement attained the stage of a popular organised movement as such. Not in the least does the cause of this reside in objective conditions, for example because the working masses do not understand anarchism or are not interested in it outside of revolutionary periods;no, the cause of the weakness of the anarchist movement resides essentially in the anarchists themselves. Not one time yet have they attempted to carry on in an organised manner either the propaganda of their ideas or their practical activity among the working masses. If that appears strange to comrade Malatesta, we strongly affirm that the activity of the most active anarchists-which includes himself-assume, by necessity, an individualist character; even if this activity is distinguished by a high personal responsibility, it concerns only an individual and not an organisation. In the past, when our movement was just being born as a national or international movement, it could not be otherwise; the first stones of the mass anarchist movement had to be laid; an appeal had to be launched to the working masses to invite them to engage in the anarchist way of struggle. That was necessary, even if it was only the work of isolated individuals with limited means. These militants of anarchism fulfilled their mission; they attracted the most active workers towards anarchist ideas. However, that was only half of the job.. At the moment where the number of anarchist elements coming from the working masses increased considerably, it became impossible to restrict oneself to carrying on an isolated propaganda and practice, individually or in scattered groups. To continue this would be like running on the spot. We have to go beyond so as not to be left behind. The general decadence of the anarchist movement is exactly explained thus: we have accomplished the first step without going further. This second step consisted and still consists in the grouping of anarchist elements, coming from the working masses, in an active collective capable of leading the organised struggle of the workers with the aim of realising the anarchist ideas. The question for anarchists of all countries is the following: can our movement content itself with subsisting on the base of old forms of organisation, of local groups having no organic link between them, and each acting on their side according to its particular ideology and particular practice? Or, just fancy, must our movement have recourse to new forms of organisation which will help it develop and root it amongst the broad masses of workers? The experience of the last 20 years, and more particularly that of the two Russian revolutions-1905 and 1917-19- suggests to us the reply to this question better than all the "theoretical considerations". During the Russian Revolution, the working masses were won to anarchist ideas; nevertheless anarchism, as an organised movement suffered a complete setback whilst from the beginning of the revolution, we were at the most advanced positions of struggle, from the beginning of the constructive phase we found ourselves irremediably apart from the said constructive phase, and consequently outside the masses. This was not pure chance: such an attitude inevitably flowed from our own impotence, as much from an organisational point of view as from our ideological confusion. This setback was caused by the fact that, throughout the revolution,the anarchists did not know how to put over their social and political programme and only approached the masses with a fragmented and contradictory propaganda; we had no stable organisation. Our movement was represented by organisations of encounter, springing up here, springing up there, not seeking what they wanted in a firm fashion, and which most often vanished at the end of a little time without leaving a trace. It would be desperately naive and stupid to believe that workers could support and participate in such "organisations", from the moment of the social struggle and communist construction. We have taken the habit of attributing the defeat of the anarchist movement of 1917-19 in Russia to the statist repression of the Bolshevik Party; this is a big mistake. The Bolshevik repression impeded the extension of the anarchist movement during the revolution but it wasn't the only obstacle. It's rather the internal impotence of the movement itself which was one of the principal causes of this defeat, an impotence proceeding from the vagueness and indecision which characterised different political affirmations concerning organisation and tactics. Anarchism had no firm and concrete opinion on the essential problems of the social revolution; an opinion indispensable to satisfy the seeking after of the masses who created the revolution. The anarchists praised the communist principle of: "From each according to his abilities, to each according to his needs" but they never concerned themselves with applying this principle to reality, although they allowed certain suspect elements to transform this great principle into a caricature of anarchism - just remember how many con-men benefitted by seizing for their personal profit the assets of the collectivity. The anarchists talked a lot about revolutionary activity of the workers, but they could not help them, even in indicating approximately the forms that this activity should take; they did not know how to sort out the reciprocal relations between the masses and their centre of ideological inspiration. They pushed the workers to shake off the yoke of Authority, but they did not indicate the means of consolidating and defending the conquests of the Revolution. They lacked clear and precise conceptions , of a programme of action on many other problems. It was this that distanced them from the activity of the masses and condemned them to social and historical impotence. It is in this that we must seek the primordial cause of their defeat in the Russian revolution. And we do not doubt that, if the revolution broke out in several European countries, anarchists would suffer the same defeat because they are no less-if not even more so-divided on the plan of ideas and organisation. The present epoch, when, by millions, workers engaged on the battlefield of social struggle, demanded direct and precise responses from the anarchists concerning this struggle and the communist construction which must follow it; it demanded of the same, the , the collective responsibility of the anarchists regarding these responses and anarchist propaganda in general.If they did not assume this responsibility the anarchists like anyone else in this case, do not have the right to propagandise in an inconsequent manner among the working masses, who struggled in agreeing to heavy sacrifices and lost numberless victims. At this level, it it not a question of a game or the object of an experiment. That is how, if we do not have a General Union of Anarchists, we cannot furnish common responses on all those vital questions. At the start of his article, comrade Malatesta appears to salute the idea of the creation of a vast anarchist organisation, however, in categorically repudiating collective responsibility, he renders impossible the realisation of such an organisation. For that will not only not be possible if there exists no theoretical and organisational agreement, constituting a common platform where numerous militants can meet. In the measure to which they accept this platform, that must be obligatory for all. Those who do not recognise these basic principles, cannot become, and besides would themselves not want to,become a member of the organisation. In this fashion, this organisation will be the union of those who will have a common conception of a theoretical, tactical and political line to be realised. Consequently, the practical activity of a member of the organisation will be naturally in full harmony with the general activity, and inversely the activity of all the organisation will not know how to be in contradiction with the conscience and activity of each of its members, if they accept the programme on which the organisation is founded. It is this that characterises collective responsibility: the entire Union is responsible for the activity of each member, knowing that they will accomplish their political and revolutionary work in the political spirit of the Union. At the same time, each member is fully responsible for the entire Union, seeing that his activity will not be contrary to that elaborated by all its members. This does not signify in the least any authoritarianism, as comrade Malatesta wrongly affirms, it is the expression of a conscientious and responsible understanding of militant work. It is obvious that in calling on anarchists to organise on the basis of a definite programme, we are not taking away as such the right of anarchists of other tendencies to organise as they think fit. However, we are persuaded that, from the moment that anarchists create an important organisation, the hollowness and vanity of the traditional organisations will be revealed. The principle of responsibility is understood by comrade Malatesta in the sense of a moral responsibility of individuals and of groups.This is why he only grants to conferences and their resolutions the role of a sort of conversation between friends, which in sum pronounce only platonic wishes. This traditional manner of representing the role of conferences does not stand up to the test of life. In effect, what would be the value of a conference if it only had "opinions" and did not charge itself with realising them in life? None. In a vast movement, a uniquely moral and non-organisational responsibility loses all its value. Let us come to the question concerning majority and minority. we think that all discussion on this subject is superfluous. In practice, it has been resolved a long time ago. Always and everywhere among us, practical problems have been resolved by a majority of votes. It is completely understandable, because there is no other way of resolving these problems inside an organisation that wants to act. in all the objections raised against the Platform, there is lacking up to the moment the understanding of the most important thesis that it contains; the understanding of our approach to the organisational problem and to the method of its resolution. In effect, an understanding of these is extremely important and possesses a decisive significance with the idea of a precise appreciation of the Platform and all the organisational activity of the Dielo Trouda group. The only way to move away from chaos and revive the anarchist movement is a theoretical and organisational clarification of our milieu, leading to a differentiation and to the selection of an active core of militants, on the basis of a homogeneous theoretical and practical programme. It is in this that resides one of the principle objectives of our text. What does our clarification represent and what must it lead to ? The absence of a homogeneous general programme has always been a very noticeable failing in the anarchist movement, and has contributed to making it very often very vulnerable, its propaganda not ever having been coherent and consistent in relation to the ideas professed and the practical principles defended. Very much to the contrary, it often happens that what is propagated by one group is elsewhere denigrated by another group. And that not solely in tactical applications, but also in fundamental theses. Certain people defend such a state of play in saying that in such a way is explained the variety of anarchist ideas. Well, let us admit it, but what interest can this variety represent to the workers? They struggle and suffer today and now and immediately need a precise conception of the revolution, which can lead them to their emancipation right away; they don't need an abstract conception, but a living conception, real , elaborated and responding to their demands. Whilst the anarchists often proposed, in practice, numerous contradictory ideas, systems and programmes, where the most important was neighbour to the insignificant, or just as much again, contradicted each other. In such conditions, it is easily understandable that anarchism cannot and will not ever in the future, impregnate the masses and be one with them, so as to inspire its emancipatory movement. For the masses sense the futility of contradictory notions and avoid them instinctively; in spite of this, in a revolutionary period, they act and live in a libertarian fashion. To conclude, comrade Malatesta thinks that the success of the Bolsheviks in their country stops Russian anarchists who have edited the Platform from getting a good night's sleep. The error of Malatesta is that he does not take account of the extremely important circumstances of which the Organisational Platform is the product, not solely of the Russian revolution but equally of the anarchist movement in this revolution. Now, it is impossible not to take account of this circumstance so that one can resolve the problem of anarchist organisation, of its form and its theoretical basis. It is indispensable to look at the place occupied by anarchism in the great social upheaval in 1917. What was the attitude of the insurgent masses with regard to anarchism and the anarchists? What did they appreciate in them? Why, despite this, did anarchism receive a setback in this revolution? What lessons are to be drawn? All these questions, and many others still, must inevitably put themselves to those who tackle the questions raised by the Platform. Comrade Malatesta has not done this. He has taken up the current problem of organisation in dogmatic abstraction.It is pretty incomprehensible for us, who have got used to seeing in him, not an ideologue but a practician of real and active anarchism. He is content to examine in what measure this or that thesis of the Platform is or is not in agreement with traditional points of view of anarchism, then he refutes them, in finding them opposed to those old conceptions. Hecannot bring himself to thinking that this might be the opposite, that it is precisely these that could be erroneous, and that this has necessitated the appearance of the Platform. It is thus that can be explained all the series of errors and contradictions raised above. Let us note in him a grave neglect; he does not deal at all with the theoretical basis, nor with the constructive section of the Platform, but uniquely with the project of organisation. Our text has not solely refuted the idea of the Synthesis, as well as that of anarcho-syndicalism as inapplicable and bankrupt, it has also advanced the project of a grouping of active militants of anarchism on the basis of a more or less homogeneous programme. Comrade Malatesta should have dwelt with precision on this method; however,he has passed over it in silence, as well as the constructive section, although his conclusions apparently apply to the entirety of the Platform. This gives his article a contradictory and unstable character. Libertarian communism cannot linger in the impasse of the past, it must go beyond it, in combatting and surmounting its faults. The original aspect of the Platform and of the Dielo Trouda group consists precisely in that they are strangers to out of date dogmas, to ready made ideas, and that, quite the contrary, they endeavour to carry on their activity starting from real and present facts.This approach constitutes the first attempt to fuse anarchism with real life and to create an anarchist activity on this basis. It is only thus that libertarian communism can tear itself free of a superannuated dogma and boost the living movement of the masses. Dielo Trouda No.30 May 1928 pages 4-11. Translated by Nick Heath (Anarchist Communist Federation) http://burn.ucsd.edu/~acf/" Part of the International Anarchism web pages [Main Index][Anarchist history] [The Platform][Email lists][Organisations] This page is part of the Revolt collection (http://flag.blackened.net/revolt/revolt.html), check out what's new on Revolt? BERKMAN'S LETTER ABOUT ARSHINOV This letter is part of the International Institute for Social History's Alexander Berkman archive and appears in Anarchy Archives with ISSH's permission. Nice, Nov. 17, 1932 Dear Comrade Nettlau, I am so crowded with work that I do not get a chance to attend to my correspondence properly. Unfortunately, it is not PAID work, and most of it goes for nothing. Some of the work is for comrades, translations etc. (As you probably know, the Relief Fund is again transferred to Paris, and comrades have now asked me to do the English translations). At least that is work that may prove in some way useful. But most of my time is taken up with making Synopses and part translations of German or Russian books for American publishers. Well, I send them a Synopsis in order to get them interested in some foreign work. But the last two years I have not placed a single book. All the work has been for nothing. For instance, for the Goethe anniversary of translated the story of Toni Schwabe about Goethe's last love. The book is called Ulrike and is based on the diaries of Goethe and Mme Ulrike von Levetzow. Well, the book was not taken either in England or the U.S. it was not sufficiently sensational for them, for it is beautiful lyrical work. So it goes for two years, and yet I must keep at it. That is the worst of it, that I am keeping busy with rotten work that brings me no income. The only thing Emmie and I live on is on the smaller jobs I get (such as editing some MSS., reading proofs, and Emmie does some typing). Just now I am reading proofs on an American Anthology of American Writers Abroad. Well, it is rotten. But the above is only to tell you why I am slow in answering letters. I used to be more punctual before, but then I had more leisure and better earnings. Moreover, of late my eyes are giving me considerable trouble. And how are you, dear friend. At least you can feel that you are doing really useful work for our ideas, which I cannot say of myself now. And how is your health? It is wonderful how arbeitsfachig you are! I congratulate you. I received June-Oct. issue of Probuzhd. which you sent me. Thanks. As I have already said before -- I can find nothing in the magazine that is not entirely in harmony with our ideas. This number is especially interesting, because of your contributions and several other articles there. As to the character of the persons who publish this magazine -- I don't know them. Some time ago I understand that an Anarchist group of Detroit was to investigate the charges made against Prob. and its publishers and editors. But I have not heard anything more about it. If the whole thing is due to some local or group fiction, then it is best to ignore it. But I can tell you this: I don't know anything about the Rassviet or its publishers. But so far as Prob. Is concerned, as a magazine, I find absolutely nothing to object to in it. One does not have to approve of every article that is in a publication, but as I say I find it an intriguing and valuable anarchist publication. As to Arshanov, I think too much is made of him and his changeable stand. I don't consider him important at all. As I wrote you once before, I told him years ago, in Berlin, that he was psychologically a Bolshevik. Now he is proved it. 2 His "Platform" was also a Bolshevik document. It has been exposed, and that is enough. Now he openly declares himself in favor of the Bolshevik dictatorship. And that is just where Arshinov belongs -- to the Bolsheviki. But why make such a fuss about it? Better men than he went over to the Bolsheviki and betrayed their former Anarchist ideas. Such as Yartchuk and others. No fuss was made about it. They were simply ignored by us. The same thing should be done with Arshinov. Of course there are always stupids enough in our movement who still consider Arch. as an Anarchist. Well, against stupidity even the gods fight in vain. That cannot be helped. The less our people lose their time about such as Arshinov the better. There is more important work to do than to bother about him. He has exposed himself, and that should be the end of it. We waste too much time with such incidents. To my mind the betrayal of our cause by such as Yartchuk, Arshinov etc. is due to two causes: lack of Anarchist vision and of understanding of Anarchism: and secondly: economic causes. They hope to improve their economic situation by siding with the Bolsheviki, and as a rule they do improve it that way. Well, with such traitors and cowards there should be no further dealings. I hope, dear friend, that your health is good and that you can continue to add to your splendid work for our cause. Emmie wants to be kindly remembered to you. Fraternally, 22, Avenue Mon Plaisir, Nice (A.M.) 24